Lookaround
/

Nostalgie in woord en beeld

 

Nunspeet is al zeer oud en betekent Nieuw-spit, nieuw ontgonnen land, evenals het naburige Elspeet, Oud-spit en Thor-spit, het tegenwoordige Doornspijk.
De Hervormde kerk is van 1858; de oude kerk brandde in genoemd jaar af.
Aan de Oude Weg naar Zwolle stond in vroeger dagen in Nieuw-spit het geduchte Roofslot van Herbern.
De bevolking was arm en bestond oorspronkelijk voornamelijk uit kleine boeren, dagloners en eekschillers en leefde veelal in plaggenhutten.
Een bezoeker, die Nunspeet in 1890 bezoekt, ziet dat de kinderen hier “met een poes lopen, dat is een struisveer op hun ronde muts bij de jongens en een zwart rosetje bij de meisjes op het zwarte hoofdkapje, die veel lijken op kleine Russische boerinnetjes. De mannen hebben nog dezelfde dracht als op het eiland Urk; wijde broeken en gouden hemdsknopen.”
Nunspeet heeft uitgebreide dennenbossen. Reeds in vroeger tijden ‘wierp de kolenbrander zijn hoge terpen van dennenhout op, die hij smeulende houdt door ze met zand bedekt te houden’.
Een afwisselend landschap van weide, bos en beek. Aan de vroegere zeekant lagen de hooilanden, terwijl de bossen de bosbessen opleverden die in grote getale naar Engeland werden uitgevoerd.

1937: “De bosbessenoogst op de Veluwe is thans geëindigd. Hij is dit jaar meegevallen, vooral tegen het laatst van het seizoen. Opmerkelijk was de overvloed van bessen te Vierhouten en omgeving. De kwaliteit van de bessen was heel goed. De prijzen van de opkopers aan de plukkers waren dit jaar aanzienlijk hoger dan vorig jaar. Toen werd ongeveer 6 cent per pond betaald en nu 13 à 14 cent. De uitvoer naar Engeland had niet veel te betekenen. Voor binnenlands gebruik zijn daarentegen ongewoon grote hoeveelheden opgekocht, wat een gunstige invloed op de prijzen heeft gehad.”

Het was ook de streek van de ekers, de houtschillers, die in mei met het hele gezin erop uitgingen om in Drente of Friesland in het zogenaamde meibos het eikenhakhout te schillen. Een werk dat zijn beslag moest vinden wanneer de eikenstompen weer begonnen uit te lopen.
Ook gingen vele bewoners als grasmaaiers naar de Hollandse weiden, om na enkele weken met een spaarduit voor de winter terug te keren.
Bij de Pol, waar de Bysselse beek in de Zuiderzee uitmondde, bestond vroeger de gelegenheid om in zee te zwemmen.
Het was de streek van de ‘zeeboeren’, die hout uit de Veluwse bossen haalden, en aan de schepen verkochten, die op de rede van Hoophuizen ankerden. De houtboeren reden met hun vol geladen karren door de beek, vervolgens de zee in om de vracht ‘over te slaan’ op ‘platbomers’, die het hout naar de verder gelegen tjalken brachten.
Bij de Hoge Bijssel lag vroeger een kasteel.
De boerderij ’t Hul, gelegen aan de Zeeweg, was een vroegere herberg, waar Napoleon gerust heeft. 
 

De onderstaande foto’s zijn van Bad Hoophuizen en ‘De Oude Tol’, de kleurenfoto’s uit 2012, de zwart-wit ansichtkaarten zijn uit de jaren dertig/veertig van de vorige eeuw.
Kennelijk was de Oude Tol een uitstekend doel voor een schoolreisje. Er lagen kano’s op het strand en een rit met een ezel behoorde ook tot de mogelijkheden.
Op de middelste zwart-wit foto zijn de autobussen te zien waarmee, in dit geval, de kinderen naar het strand zijn gebracht.
Opvallend bij die groep kinderen zijn de kleurrijke bloemjurkjes, een modegril van die tijd? Meisjes droegen in die tijd geen korte of lange broek. Er werd alleen maar aan pootje baden gedaan.

 

Het ontstaan van het eerste vakantiepark?

Als je over de Noordwest-Veluwe vliegt, valt de enorme ‘vervuiling’ op van bijna één aaneengesloten geheel van campings en parken met stacaravans en huisjes sterk variërend in grootte en soort. ‘Oorden’ die in de meeste gevallen een rommelig beeld te zien geven. Het kost de gemeenten veel moeite om orde op zaken te stellen, ook al door de jarenlange oogluikende ‘toestemming’ voor permanente bewoning. Alleen in Ermelo al zijn meer dan 20 campings. 
In 1926 kwam een slimme Nunspeetse ondernemer op het lumineuze idee om de vakantieganger te enthousiasmeren voor de aankoop van een eigen vakantieonderkomen.
In een professioneel uitgewerkte prospectus lanceerde hij het plan tot het aanwenden van een eigen vakantiewoning: “Na een jaar van hard werken, verlangt een ieder naar de heerlijke rustbrengende vakantie en met zorg wordt er een plan opgemaakt om in die tijd zoveel mogelijk te genieten. Kunt u iets heerlijkers bedenken dan uw vakantie door te brengen in een eigen huisje op één van de mooiste plekjes van ons land? U kunt het u daar zo gezellig maken als u maar wilt, u hebt u niet aan andere mensen te storen, kortom, u bent er geheel vrij.
Deze wijze van vakantie doorbrengen is veel goedkoper dan welke andere ook. De kosten van het verblijf buiten zijn niet hoger dan thuis. U hebt het hele jaar door een plekje waar u in de natuur kunt zijn en ook uw weekeinden kunt doorbrengen, zonder dat dit noemenswaardige kosten meebrengt. Bovendien belegt u uw geld in een bezit, dat eerder in waarde toeneemt dan vermindert, een bezit, dat te allen tijde te gelde gemaakt kan worden.
De Veluwe is wijd en zijd bekend als één van de mooiste gedeelten van Nederland.
In ons land zijn de plekjes schaars, waar men werkelijk ‘echt buiten’ is, waar men niets anders ziet dan de natuur en niets anders hoort dan het ruisen van de bomen en het zoemen van de bijen over de geurende boekweitvelden, waar men niets van de bewoonde wereld merkt. 
Er zijn meer dan voldoende plaatsen waar u uw toekomstige bezit kunt laten bouwen.
Bouwterreinen zijn er te kust en te keur voor f 0,25 per m2.” 
De ondernemer is in samenwerking met een architect tot vier woningtypen gekomen: het kleinste type kost, geschilderd en beglaasd, met pompinstallatie f. 1800, -. Deze woning heeft een woon/slaapkamer met twee klapbedden, een open haard, een keuken en een aparte logeer- of kinderkamer.
Doordat de huizen op een stenen voet worden gebouwd is houtrot niet aan de orde. De buitenwanden worden uit dubbel schotwerk uitgevoerd, de vloer is belegd met grenenparket. De daken zijn van riet.
Deze ondernemer heeft mogelijk de  aanzet gegeven voor het ontstaan van het eerste vakantiepark.

Onderstaande ansichtkaarten van links naar rechts:
De eerste vier geven een kijkje in het ‘Oranjepark’ van toen in Nunspeet.
Bij de volgende twee zijn we op bezoek in ‘Pesie’s Bad’.
De laatste vier tonen de ‘Waskolk’ en het fietspad en de zandweg ernaar toe.

 

MOOI NUNSPEET:

 MOOI NUNSPEET (VERVOLG)

Van uit het kruispunt Dorpsstaat De Laan een kijkje in beide richtingen 'toen en nu'

 

 

De onderstaande ansichten van links naar rechts:
De eerste vier foto’s tonen de Elspeterweg ‘destijds’.
De volgende twee de Eperweg,
Daarna de Harderwijkerstraatweg en de Grote weg,
En tenslotte de Plaggeweg.

Onderstaande ansichtkaarten van links naar rechts.
Fietspad naar Soerel, Boschwachterij Nieuw-Soerel,
Ned. Herv. Kerk, R.K. Kerk ‘St. Franciscus’,
Station, idem,
Boshuis van het Centr. Genootschap, Herstellingsoord voor kinderen Boschhuis,
Theeschenkerij Belvédère, idem.

Onderstaande ansichtkaarten van links naar rechts.
Ingang Boschweg, In het park aan de Boschweg,
F.A.Molijnlaan, Spoorlaan,
Groene Laantje, Paddestoelweg,
Eibertjespad, Bruggetje aan ’t Eibertjespad,
Leuvenumscheweg, Zandweg naar Saxenheim.

Toen en nu.

Boschhuis, huis aan de Paddestoelweg, waar eens hotel 'De Valk' stond en de niet meer bestaande theeschenkerij, die stond volgens de huidige eigenaar op dezelfde plaats als de huidige Manege Belvédère aan de rand van het Belvédèrebos!

Vele jaren zijn voorbij gegaan voordat ik weer eens in de gelegenheid was om een fietstocht in de omgeving van Nunspeet te maken.
Opvallend was daarbij dat het hart van het zo wonderschone gebied tussen de spoorweg en de autoweg, Zandenbos en Zandenplas, volledig, qua open structuur voor wandelaar en fietser is verdwenen en opgeofferd aan de totstandkoming van een golfbaan, die overigens prachtig is aangelegd en waar veel golfers hun sporthart kunnen ophalen.
Een eind verder kom ik langs het in 1925 geopende ‘Boschhuis’, dat in een deplorabele toestand verkeerde. Dit tehuis van het ‘Centraal Genootschap voor kinderherstellings- en vacantiekolonies’, dat de activiteiten en het initiatief van de ‘gegoede burgerij’ omstreeks 1900, toen tbc nog volksvijand nr. 1 was, had gebundeld om ‘zwakke, bloedarme, klierachtige of bleekzuchtige kinderen’ van arme ouders uit de stedelijke achterbuurten een week of wat te laten genieten van zon, licht, frisse lucht en gezonde voeding.