Lookaround
/

Nostalgie in woord en beeld

 

 

Natuur en mens

Telkens als ik over de Ermelose hei fiets en over de golvende vlakte naar de omringende bosranden tuur of wanneer ik zittend onder één van de monumentale bomen in het eeuwenoude Speulderbos naar de strelende stilte luister, realiseer ik mij terdege de grootsheid van de unieke schoonheid van de natuur, maar ook het belang van de natuur voor de mens. Het is toch een verademing dat er nog plaatsen zijn waar rust en stilte heerst.

Helaas is in onze jachtige en lawaaiige wereld nog maar weinig rustgevende ruimte en stilte te vinden. Het zoeken naar zo’n mogelijkheid om te genieten van en te luisteren naar die stilte is voor een mens die van de natuur houdt en deze bovendien in zijn of haar ‘achtertuin’ heeft, een eenvoudige zaak.
Naar de stilte op zoek gaan, naar een eenzame plaats, om te luisteren, heeft vaak een helende werking. Niet alleen het luisteren naar de stilte om je heen, maar ook naar jezelf.

Dennenappels te koop

Brandstof was in de oorlogsjaren een schaars artikel! De bossen op de Veluwe konden een gedeeltelijke oplossing daarvoor bieden.
De bruikbaarheid van dennenappels als brandstof wordt dit jaar (1941) meer dan ooit ingezien. Op de Veluwe zijn verschillende personen een ‘handeltje’ begonnen. De vraag overtreft herhaaldelijk het aanbod, zodat zij genoodzaakt zijn hun voorraden eerst weer aan te vullen alvorens aan alle bestellingen, welke hen zowel van de Veluwe als daarbuiten bereiken, volledig te kunnen voldoen. 
De bossen nabij de wooncentra in deze streek zijn in het afgelopen jaar al terdege uitgekamd, zowel voor de handel als voor eigen gebruik. Vele duizenden mudden zijn uit de bossen gehaald, waaronder ook de overjarige producten. 
In de bossen verder weg liggen de dennenappels niet minder overvloedig voor het rapen. 
Het is nu eigenlijk de tijd van rapen. In gewone omstandigheden kan één persoon per dag drie hectoliter dennenappels bijeen krijgen. Het rapen ervan is op de Veluwe nog niet zo ingeburgerd als bijv. het plukken van bosbessen en het zoeken naar paddenstoelen. 
Bij de handelaren komt dan ook maar een geringe aanvoer binnen, terwijl een gezin van vier personen er toen toch ongeveer f. 10, - per dag mee kan verdienen. De handelaren zijn daarom nog genoodzaakt mensen voor het rapen aan te stellen en dit werk ook zelf ter hand te nemen, willen zij er enige handel van betekenis in drijven.
In droge toestand voldoen de dennenappels zeer goed voor het aanmaken van de kachel. Als brandstof vermengd door de kolen of bovenop de kolen liggend is het beter, dat de dennenappels niet te ver openstaan. Als dat wel het geval is, worden ze eerst enige tijd in het water gelegd, dan sluiten de zij zich en is hun brandvermogen beter.

Visvangst Hierdense Beek

De Hierdense beek ook wel Staverdensche (of Staverensche) beek genoemd wordt omzoomd door elzen, wilgen, een enkele jeneverbes, gagel, brem en hulst, terwijl de beekranden veelal bekleed zijn met het donkergroene levermos, waarop het vallende licht wordt teruggekaatst. Schoonheid in optima forma!
Kunt u zich voorstellen dat er iemand op zo’n idyllisch plekje onder een wilg aan de beek zijn hengel heeft uitgeworpen? Geen mop … historisch juist. 

“De minister van Binnenlandse Zaken en Landbouw heeft in het belang van de teelt van zeeforel bepaald, dat in het gedeelte van de Hierdense Beek van de Zuiderzee af tot aan de spoorweg Harderwijk-Zwolle de visserij met alle vistuigen zal zijn verboden van 1 november tot en met 31 december 1926.
Het districtshoofd kan schriftelijk vergunning verlenen om gedurende genoemd tijdvak het vorengenoemd gedeelte van de Hierdense beek te vissen met de in de vergunning aan te wijzen vistuigen en onder zoodanige voorwaarden, dat van de te vangen zeeforellen het gebruik der elementen van voortplanting (kuit en hom), voor de kunstmatige teelt verzekerd zij.”

2010: Al vijftien jaar lang zijn wij met (een aantal gepensioneerde collega’s) vrijwilliger bij het Gelders Landschap op het landgoed Staverden.
Eén van de vele onderwerpen, die bij het Gelders Landschap hoog in het vaandel staat, is de verbetering van de waterkwaliteit in beken en sloten.
 
Het voor ons vrijwilligers jaarlijks terugkerende karwei is de beken te schonen voor de ‘schouw’, die vanaf 1 november plaats vindt. Tot 2010 heeft één van ons bij het uitvoeren van de hiervoor genoemde werkzaamheden nog nooit een ontmoeting met een vis, hoe klein ook, gehad.
Dit jaar was dat wel het geval met de driedoornige stekelbaars, een kleine vis, die inheems is en in de Benelux voorkomt in zoet, brak en zout water.
In de plaatselijke pers werd bovendien gewag gemaakt van het feit dat de beekprik weer na vele jaren was gesignaleerd, terwijl dit visje, volgens zeggen, zijn hele leven in dezelfde beekloop blijft.
Daaruit valt af te leiden dat de kwaliteit van het water duidelijk is verbeterd.

De zandverstuivingen op de Veluwe zijn van een ongekende schoonheid. Een stuk natuurschoon dat z’n weerga niet kent en waar het in alle jaargetijden goed toeven is.
Een wandel- of fietstocht door het stuifzandgebied, het Beekhuizerzand ter grootte van 200 ha is altijd weer een verkwikkende aangelegenheid. In een korte tijd kan het de zinnen verzetten.
Dit gebied was tot voor kort militair oefenterrein en is in 2004 weer teruggebracht van een bosgebied tot een stuifzand, vliegdennen werden gekapt en de bovenlaag van de grond verwijderd, zodat het verstuifbare zand vrij kwam. In datzelfde jaar werd er een fietspad doorheen aangelegd.
Een dergelijk natuurlandschap heeft haar eigen flora en fauna met prachtige, wijdse uitzichten.

Door te diep te plaggen zorgden de boeren soms voor een ernstig probleem. De heide verdween daar; de wind kreeg vrij spel en verspreidde het losse dekzand over de omgeving. Grote hoeveelheden moeizaam in cultuur gebrachte akkers zijn in de loop van de eeuwen volledig ondergestoven en waardeloos geworden. Rond 1850 heeft de heide nog de overhand.
Rond 1820 was het mogelijk om van Harderwijk naar Arnhem te reizen zonder een bos tegen te komen. Verteld wordt dat vanuit Arnhem het kerktorentje van Garderen was te zien.

In een beschrijving van Gelderland van het begin van de 19e eeuw staat te lezen: “In Over-Veluwe worden, naar het schijnt, voor het tegenwoordige minder gevaarlijke zanden aangetroffen. De zwaarste zandverschuivingen hebben daar plaats langs de weg van Hattem op Heerde, waar ongeveer 25 bunder bezand zijn. De overige zanden, welke voormaals in dit gedeelte der Veluwe, vooral onder Nunspeet en Doornspijk, grote verwoestingen aanrichtten, zijn, door de bijzondere zorg van derzelver eigenaren, op de meeste plaatsen tot stilstand gebracht, en zelfs hier en daar in voordeel aanbrengende dennenbossen veranderd.
De beteugeling van deze zanden en zandverstuivingen, door welke vaak op de Veluwe hier en daar zelfs de openbare wegen bedolven, de watersprengen verstopt, jonge plantsoenen overstelpt en de bijenteelt bedorven werd, heeft dan ook sedert eeuwen de aandacht van de regering dezer landen tot zich getrokken.
In het jaar 1832 werd gesproken van de aanstelling van een brandmeester, die niet alleen tegen de heidebranden waakt, maar ook voor de beteugeling der zanden zorgen zou. Door de staten des kwartiers werd, tot het laatstgenoemde einde, in ‘den jare 1680’, een afzonderlijke ambtenaar onder de naam van zandgraaf aangesteld; verschillende ontwerpen werden van die tijd af tot ‘beteugeling der zanden gevormd”.

De legende van het ‘Solse Gat’

Midden op de Veluwe - in het bos tussen Putten, Garderen en Drie - ligt het Solse Gat (ook wel Sollensche Gat genoemd), een grote kuil tussen de heuvels.(zie foto's onder) Daar stond eens, naar zeggen, een machtig klooster met veel torens. Het werd omgeven door een gracht en een brede, statige laan leidde naar de poort.
Maar het was een boos klooster; de overste en alle monniken hadden hun ziel aan de duivel verkocht. Ze leidden een leven van overdaad en weelde. Midden in de nacht werd de zwarte mis gelezen waar alle heksen en spoken uit de omgeving aan deelnamen. Men dronk wijn uit emmers en de hele nacht werden er overvloedige maaltijden opgediend. Er werd gedanst en gezongen tot in de vroege morgen.
Dat heeft geduurd tot in een stormachtige kerstnacht, nu al eeuwen geleden. De dorpelingen bleven tijdens die storm angstig in hun huizen en hoorden midden in de nacht plotseling één hevige donderslag. De volgende ochtend kwam een jongetje het dorp binnenrennen en vertelde dat het klooster in het bos geheel was verdwenen en er op die plaats een ijzingwekkend diepe kuil ontstaan was. De bomen er omheen lagen ontworteld ter aarde. Alle bewoners wilden het wonder zien. Men vond nog een met klinkertjes geplaveid straatje en de brede, statige laan; dat was alles wat van het klooster restte. De aarde had zich geopend en zich weer gesloten.
Sinds die tijd komt er om middernacht uit de diepte van het Solse Gat een vreemd geluid. De klokken van het verzonken klooster beginnen onregelmatig en schor te luiden, alsof ze allen gebarsten zijn; eerst zacht, maar steeds harder en angstiger. Dan komen uit het duister van de brede laan de geesten van de monniken. Al klagend wandelen ze in een lange ‘sombere’ rij  langzaam en gebogen gaan ze rondom het gat, waaruit een blauwe gloed opstijgt. Dan zweven ze allen rusteloos uiteen, om opnieuw uit de schaduw van de laan in een lange rij langzaam naar voren te treden. Dit gaat door tot aan het daglicht.
Zodra de zon schijnt, is het alsof er niets is voorgevallen. Alles is er rustig en men zou er haast aan twijfelen, dat even tevoren de schimmen verdwenen zijn in het water.