Lookaround
/

Nostalgie in woord en beeld

 

 

Het mooie, oude en altijd al op toeristen ingestelde dorp Garderen - gemeente Barneveld - ligt in een agrarische enclave en was van oorsprong, als oudste dorp, de hoofdplaats van het ambt, omdat de schout, tevens herbergier, er woonde.
De eerste toren van de Nederlands Hervormde kerk stamt uit de 11e, de huidige uit de 14e  eeuw.
Wanneer het helder weer was en omdat Garderen hoger ligt, kon men vroeger tot aan de Zuiderzee kijken. Andersom was dat ook het geval, Garderen met haar kerktoren en molen was zelfs een baken voor de vissers.
Rond 1840 vindt men in de kom van het dorp 43 huizen en staat het inwonertal op 240 personen, die meest hun bestaan vinden in de bijenteelt en honinghandel. Er zijn maar liefst duizenden bijenkorven.
Er was slechts één put, waar de inwoners in die tijd hun water haalden, ‘eene put van eene ongeloofelijke diepte, meer dan 100 voet diep.’

Servisch monument

Ons land leek wel door haar neutraliteit een ‘vergaarpot’ van buitenlanders. In het kamp te Nieuw Milligen waren Servische militairen te vinden.
Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef Nederland neutraal en kwam daarbij met de strijdende partijen overeen dat het gelijke aantallen krijgsgevangenen uit beide kampen zou opnemen. Na de oorlog zouden deze soldaten worden uitgewisseld.
In januari 1919 overleden 29 Servische militairen ten gevolge van de Spaanse griep.
Deze soldaten, die samen met de Fransen en de Engelsen op verschillende fronten tegen de Duitsers, Hongaren en Oostenrijkers vochten, waren destijds gehuisvest op Kamp Milligen in afwachting van hun terugkeer naar het vaderland. Het waren over het algemeen vredelievende boeren, die veelal tegen hun zin gerekruteerd waren om de krijgsmacht in te gaan.
Ze werden begraven op de begraafplaats in Garderen. Na de oorlog plaatste, waarschijnlijk Servië, een eenvoudig monument bij de graven van deze mannen.
In 1938 werden de 29 lichamen opgegraven op last van de toenmalige Joegoslavische regering. Veel inwoners van Garderen zijn van de opgraving getuige geweest. De overblijfselen werden in loden kisten gedaan en naar het vaderland vervoerd om daar bijgezet te worden in een eregraf. Omdat tijdens dit transport de Tweede Wereldoorlog uitbrak, zijn de mannen nooit herbegraven. De lichamen zijn in een onbekend gebied ergens in Tsjecho-Slowakije gestrand. 
‘Het Comité Servisch Monument Garderen’ heeft het oude monument vervangen door een nieuw. 
Het comité houdt jaarlijks op de eerste zaterdag in oktober een herdenking op de plaatselijke begraafplaats in Garderen voor de in Nederland omgekomen Serviërs gedurende de Eerste Wereldoorlog.
Voor zover bekend is dat het enige monument van de Servische geschiedenis en traditie op het grondgebied van Nederland gewijd aan alle Servische troepen.  Het monument werd opgenomen als cultureel erfgoed.

N.B. De heer Dick Veldhuizen bracht mij, naast een aantal opmerkingen en aanvullingen over Garderen, op de hoogte van het feit dat de stoffelijke overschotten van de in Garderen begraven Serviërs zijn bijgezet in het Tsjechische Jindrichovice.

Molen ‘De Hoop’ draait weer

Wel eens van Garderen gehoord? Wij zijn er op weg naar toe in het jaar onzes Heere 1935. Eén van de mooiste wandelingen zonder twijfel. Pittig, maar zo adembenemend van schoonheid en stilte, over de Boschweg, de Oude Prinsenweg, langs de Koningseik, een eindje de Doodweg volgen, om dan via het Zandlaarwegje in Garderen uit te komen en vandaar langs de Molen, die er nogal ‘bouwvallig’ bijstond
20 Augustus 1939. Dank zij het initiatief van de heer J. Westrik, burgemeester van Barneveld, is één van de markantste punten op de Veluwe, voor ondergang bewaard. De oude korenmolen, ‘De Hoop’ te Garderen stond voor kort op het punt gesloopt te worden. Eén van de mooiste panorama’s van de Veluwe, die aan dit bijzonder fraaie plekje, gelegen op een hoge heuvelrug, een bijzondere charme verleent, dreigde beroofd te worden. Vele malen werd de korenmolen ‘De Hoop’ op schilderijen gepenseeld en duizenden toeristen legden dit punt op de gevoelige plaat vast.
Voor de molen, één der laatste van de weinige Veluwse molens, sprong burgemeester Westrik van Barneveld, onder wiens gemeente Garderen ressorteert, in de bres. De huidige eigenaars, de gebroeders A. en R. van der Koot, waren niet in staat de nodige restauraties en technische modernisering volledig te bekostigen. Een comité werd in het leven geroepen, een oproep bracht het ontbrekende geld binnen, zelfs werd een gift van een landgenoot uit Buenos Aires ontvangen en zo kon veler wens in vervulling gaan. Met een korte plechtigheid is de molen gistermiddag weer in gebruik gesteld. De technische outillage is geheel gemoderniseerd, terwijl tevens stroomlijnwieken zijn aangebracht. Allereerst sprak de heer J. Westrik, die er op wees dat de molen, in tegenstelling met de moderne fabrieken, bij het landschap past en er zelfs een onmisbaar element in vormt.
Jhr. F. van Rijckevorsel, die het woord voerde namens ‘De Hollandse Molen’ wees er op dat windmolens, mits gemoderniseerd, de meest ideale bedrijven voor de molenaars vormen. Ook bij ongunstige weersomstandigheden is het thans mogelijk het bedrijf gaande te houden en een rendement te verkrijgen, dat voorheen nimmer te bereiken viel.
Deze molen is de eerste op de Veluwe, die het bewijs zal leveren, dat moderne outillage goede uitkomsten mogelijk maakt. Een gemoderniseerde windmolen is voor het molenaarsbedrijf een der voordeligste en allerbeste krachtbronnen. 
Ten slotte wees spreker er nog op, dat de actie van ‘De Hollandse Molen’ niet alleen gaat om het behoud van de molens, maar voor alles om de weer in bedrijfstelling van de fraaiste sieraden van het Hollands landschap.
Terwijl een muziekkorps feestklanken ten gehore bracht, stelde mevrouw Westrik, echtgenote van de burgemeester, de molen in werking en na vele jaren van stilstand, maaiden de wieken weer lustig rond.
De plechtige ingebruiksname werd besloten met een thee voor genodigden, welke in de molen geserveerd werd.
(Opm.:  De in 1852 gebouwde windmolen ‘De Hoop’ is in de plaats gekomen voor de afgebrande achtkantige houten molen uit ongeveer 1700.)  

 

 


 


De dorpspomp in Garderen dateert uit 1901.

In vroeger tijden werd de watervoorziening van een stad of dorp verzorgt door één of meer openbare waterpompen. Een belangrijke factor was ook de sociale waarde. Een ontmoetingsplaats, waar ook de nodige roddels en nieuwtjes werden uitgewisseld. Maar ook werd er de was gedaan of gespoeld.
Niet alleen ‘achter de kerk’ was een gewild trefpunt van verliefde jeugd maar ook “zie ik je vanavond bij de pomp?”
Toen in de 20e eeuw de waterleiding zijn intrede deed, verdwenen daarmee vaak de dorps- of gemeentepomp uit het straatbeeld. De hang naar nostalgie en de herinnering aan het verleden zijn er, denk ik, de reden van dat op vele plaatsen een zelfde of vervangend model weer in ere is hersteld. Vaak zijn deze pompen buiten werking.
Ook in Garderen werd het gemis van de dorpspomp vaker het gesprek van de Oranjevereniging.
“Na een restauratie van acht maanden is in 2012 op de Putbrink in Garderen de dorpspomp weer in gebruik genomen.
Het idee voor de restauratie ontstond vorig jaar toen de Oranjevereniging van Garderen meedeed aan het Omroep Gelderland programma ‘Zomer in Gelderland’. Mede door de daarmee verdiende duizend euro kon de oude pomp weer in ere hersteld worden.
Het water dat naar boven wordt gepompt is goedgekeurd voor menselijke consumptie. De oudste bronnen die melding maken van de put stammen uit 1465. En misschien gaat de geschiedenis nog wel verder terug. Het dorp Garderen is wellicht ontstaan omdat hier een waterbron aanwezig was.”

Bij de pastorie rechtsaf de Bakkerstraat in

Op de hoek van de Dorpsstraat en de Bakkerstraat ligt de pastorie van de Nederlands Hervormde Kerk. Links een foto uit de jaren dertig van de vorige eeuw en rechts één uit 2016.
Rechtsaf de Bakkerstraat in zien we aan de linker kant het kerkje van Garderen.
Op de foto links is een weide met een boerenhek te zien en aan het eind links de bleek, het wasgoed hangt aan de lijn en het is 11 uur in de morgen.
De foto rechts uit 2016 geeft de kerk met een beeld, het Veluanus-monument, te zien. Op het bord voor het beeld een verklarende tekst.
De derde rij: naar Amersfoort 26 kilometer. De dames fietsen in de richting van Stroe en aan de overkant kijkt men de Mazenhofstraat in. De kerk is nog volledig in beeld in tegenstelling met de foto ernaast (uit 2016) waar zij schuil gaat in en achter het groen.
Het ANWB-bord is vervangen door een rode paddenstoel en door de borden ‘De Beeldentuin’, ‘De Rozentuin’ en ‘Zandsculpturen’.
Op de vierde rij een landelijk beeld van een wei met grazende koeien en langs de Hoge Boeschoterweg. Rechts op de foto het bord GARDEREN. De rechter foto nog steeds grasland maar geen grazende koeien meer.
De laatste rij: toen de Mazenhofstraat nog een enkel zandpad was en de kerktoren aan de voorkant nog geen klok had. En een manspersoon het bord waarop staat ‘Langzaam rijden’ aan het bestuderen is. Foto rechts: de moderne tijd heeft toegeslagen, het landelijke karakter is verdwenen.

In het anders zo stille en verlaten dorpje Garderen was het in 1912 reeds in de vroegte te zien, dat er iets bijzonders te gebeuren stond. Velen van de eenvoudige heidebewoners hadden hun drukke werkzaamheden op de akker gestaakt en maakten zich gereed, om in hun zondagse kleedij, getuigen te zijn van de plechtige onthulling van het monument, in de Hervormde Kerk aldaar aangebracht ter herinnering aan Joannes Anastasius Veluanus (Joannes Gerritz Versteghe), in de kerkgeschiedenis vaak genoemd als ‘de Hervormer van Gelderland’.
Naast vele hoogwaardigheidsbekleders zou die onthullingsplechtigheid een bijzondere glans verleend worden door de aangekondigde komst van Z. K. H. Prins Hendrik der Nederlanden.
Geboren op de thans nog bestaande boerenhofstede ‘De Steeg’ te Stroe, was Joannes Anastasius van 1544-1550 Rooms-Katholiek pastoor te Garderen. De hervormingsgezinde denkbeelden, welke in zijn predikaties tot uiting kwamen, trokken weldra de aandacht van de inquisiteurs en toen herhaalde waarschuwingen geen uitwerking op hem schenen te hebben, werd hij de 1 januari 1550 in de pastorie te Garderen gevangen genomen en naar Arnhem overgebracht. Daar heeft hij zich laten bewegen om zijn van de kansel te Garderen verkondigde leringen te herroepen. Men liet hem echter niet vrij, zoals hem was voorgespiegeld, maar veroordeelde hem tot levenslange gevangenisstraf in een burcht te Hattem. Op aanhouden van zijn naaste bloedverwanten en vrienden werd hij twee jaar later in vrijheid gesteld, echter onder voorwaarde, dat hij een geschrift zou opstellen ter verdediging van het Pausdom en bovendien gedurende nog twee jaar te Leuven in de theologie zou gaan studeren.
Op zijn reis naar Leuven is Versteghe, zoals zijn naam oorspronkelijk luidde, echter gevlucht en men is daarna zijn spoor gedurende enige tijd bijster geweest, totdat bij den 12e April 1551 te Straatsburg de voorrede ondertekende van zijn meest bekende werk: ‘Der Leken Wechwyser’, waarin hij opent: ”In Ghelderlandt op die Velua licht een arm dorp, geheten Garder, dair heb ick omtrynt ses jaer gepredickt und sijn des haluen MLD Den  eersten January binnen Arnhem gefuert, unde folgents tot enen sundigen wederroip gedrongen.” (opm. Tekst monument bij de kerk)

Terug in de Dorpsstraat sla ik rechtsaf richting café-restaurant ‘De Bonte Koe’. En bij dit etablissement rijd ik rechtsaf de Oud Milligenseweg in.
De linker rij foto’s zijn op deze weg vanuit dezelfde plaats genomen in de richting van de kerk en naar ik meen, in volgorde van ouderdom, onder elkaar gezet. De onderste is van 2016. 
Als ik me omdraai op de locatie waar ik de laatste foto genomen heb, is de molen waarneembaar op de kruising van de wegen Oud Milligenseweg, Meervelderweg en de Smidstraat.
Vervolgens ga ik de Smidstraat in en zie de boerderij-achtige woning ‘De Eng en de Es’, de bovenste foto aan de rechter kant is van ‘toen’ die eronder van 2016. Er is een afdak boven de voordeur gekomen. Het straatje in onherkenbaar vergeleken bij voorheen.

Terug via de Smidstraat naar de ‘De Bonte Koe’, al zeventig jaar een bekend café-restaurant, waar menige vergadering op lokaal niveau heeft plaats gevonden en nog steeds plaats vindt. Gelegen midden in het dorp aan de Koningsweg en de Oud Milligense weg, waar de ANWB-wegwijzer de te volgen route aangaf. Een heuse pleisterplaats voor fietsers en wandelaars.
Ook ik leg even aan om een ‘versnapering’ tot mij te nemen.
Op de eerste foto linksboven zijn de uitgeklapte parasols te zien en aan de overkant een vishandel, waar juist op dat moment twee toeristen het pad oplopen. Links ernaast hangt een vlag uit met het woord IJS. Op deze foto is de Dorpsstraat verboden voor auto’s en motoren.
De kleurenfoto’s dateren uit 2015 in de herfst en 2016 in de maand juli.
Via de Speulderweg (onderste foto’s) verplaats ik me naar Drie.

Groeten uit Garderen

Onderstaand het zicht op de molen van een andere kant en van de kerk met een stapel gekapte bomen voor de deuringang en rechts ervan een bord met ‘Concours’. Op welk concours werd geattendeerd kon ik niet ontcijferen.

Vervolgens twee foto’s met ‘Garderen in vogelvlucht’ en een ‘Panorama’.

Een ansicht van de Prins Bernhardschool en als men op vakantie was, even een kaartje naar familie of bekenden met de ‘Groeten uit Garderen’.
Het schoolgebouw werd in 1930 volledig vernieuwd en in 1938 kreeg de school aan de Dorpsstraat de naam “Prins Bernhardschool”
In 1989 verhuisde de school naar het nieuwe schoolgebouw aan de Dr. H.C. Bosstraat, waar een nieuw gebouw aan het bestaande gebouw van de toenmalige kleuterschool werd aangebouwd.

Als men in vroeger tijden op het hoogste punt van Bergsham met haar zes grafheuvels was aangekomen, kon een uitroep van bewondering nauwelijks worden bedwongen over het panorama, dat zich naar alle richtingen voor het oog ontplooide.
“Hoe weldadig toch doet hier de reeds ontspruitende heide, afgewisseld met het malse groen van enige roggeakkers, aan, terwijl wat verder weer het donkergroen van het naaldhout met de reeds aanzwellende knoppen van beuk en eik de treffendste kleurschakeringen vormt.
En zelfs is, bij enigszins helder weer, de kabbelende golfslag van de Zuiderzee duidelijk waar te nemen, terwijl eveneens, zowel de dom van Utrecht als de spitse toren van Hilversum en, in tegenovergestelde richting, de meer massale Zutphense toren te onderscheiden zijn. Hoogst moeilijk viel het dan ook deze, door de natuur gevormde uitzichttoren te verlaten, vanwaar het nogal sterk dalende fietspad ons alras naar het dorpje Garderen voerde.”
(opm. Het omringende bos ontneemt het uitzicht op de Bergsham. Misschien wordt er ooit een houten torentje gebouwd, zodat men weer kan genieten van het fraaie uitzicht over Garderen en omgeving. De vereniging Plaatselijk Belang Garderen is een voorstander van de bouw van een uitzichttoren. Aan het pad erlangs staat een bank, terwijl het natuurgebied door een hek is afgesloten).

 

De schaapherder Klaas van Essen

Voor Klaas van Essen, de scheper van het Uddelermeer, die Oltmans de figuur van zijn ‘schaapherder’ gaf, is een gedenkteken opgericht.
Klaas van Essen, schaapherder, werd op 25 februari 1783 geboren op de nog steeds bestaande boerderij ‘De Meerhoeve’ onder Garderen, als zoon van Jan van Essen en Gerritje Klaassen. Hij overleed op 16 januari 1867 te Ermelo. Van Essen bleef ongehuwd.
De meeste herders zijn in de anonimiteit verdwenen, maar dat gaat niet op voor Klaas van Essen.
Toen tijdens de Napoleontische overheersing alle mannen tussen de twintig en de veertig jaar zich in 1811 als dienstplichtigen moesten laten registreren, riep dat alom verzet op. Zo ook bij Klaas van Essen. Iedereen die het maar horen wilde, vertelde hij dat hij niet van plan was voor die Fransen te gaan vechten. En hij verklaarde iedereen voor gek die dat wel wilde. Om aan te geven dat hij meende wat hij zei, rukte hij berichten van de overheid van de bomen. Dit aanzetten tot verzet bleef natuurlijk niet onopgemerkt. Klaas dook weliswaar onder, maar de Fransen wisten hem toch te pakken te krijgen en zetten hem gevangen in Utrecht. Tot een veroordeling is het niet gekomen, want bij de eerste de beste gelegenheid wist Klaas te ontsnappen. Vrij rondlopen was er niet meer bij, hij moest onderduiken en waar kon dat beter dan op de heide tussen Uddel, Garderen en Kootwijk? Er woonden daar nauwelijks mensen en de Fransen lieten zich daar niet zien. Om te overnachten bouwde hij plaggenhutten en op vaste plaatsen legden familie en bekenden voedsel en kleding, zodat hij op de hei kon blijven zwerven. Vooral Trijntje Bakker, later beter bekend als ‘ouwe Trien’, en haar broer Willem hielpen de onderduiker met wat ze maar missen konden.
Door de nederlagen in Rusland begonnen de Fransen zich in 1813 terug te trekken uit Nederland tot ze uiteindelijk bij Waterloo werden verslagen. Op 30 november 1813 landde de zoon van Willem V, de latere Koning Willem I, in Scheveningen. Het grote nieuws bereikte ook Klaas, maar ondanks het vertrek van de Fransen voelde hij er weinig voor om zijn zwervend bestaan op te geven.Wat uit nood was geboren werd een vrijwillige keuze. Hij was nu echter niet meer alleen, maar hij trok over de heide met een kudde schapen. Hij vervreemdde wel steeds meer van de mensen. Als hij in de verte een herder met kudde zag aankomen, ging hij gauw de andere kant uit. Zelfs zijn familie, die hem vroeger had geholpen, zag hem nauwelijks. Het viel daarom des te meer op dat de weinige mensen waar Klaas nog wel contact mee had niet tot de geringsten behoorden: de latere koning Willem III en zijn broer prins Frederik. Nu was het zo dat de bewoners van Uddel en omgeving, zo dicht bij paleis Het Loo, nogal gemakkelijk contact legden met de Oranjes. Beide kanten werden nauwelijks gehinderd door een afstandscheppend protocol. Daarbij kwam nog dat de Van Essens altijd al aanhangers van het Huis van Oranje waren geweest. Schaapherder Klaas en de beide prinsen konden het zo goed met elkaar vinden, dat ze regelmatig uren met elkaar van gedachten wisselden in het plaggenhutje in het Speulder- en Sprielderbos. Bewonderden de prinsen het vrije leven van een schaapherder? Gaf Klaas – door eenzaamheid en stilte wijs geworden – hen een frisse kijk op het leven? Waren de gesprekken van Koning Willem III met Klaas een verademing, vergeleken bij die van de koning met zijn ministers? Waar deze gesprekken over gingen is helaas niet meer te achterhalen.
Ook aan de omzwervingen van Klaas van Essen kwam een eind. Op 16 januari 1867 sloot hij voorgoed de ogen. Zijn graf in Garderen kan nog steeds bezocht worden. Het bestaat uit een liggende steen, omgeven met een ijzeren hekwerk. De erkentelijkheid van de Oranjes ging zo ver, dat Willem III drie jaar na het overlijden van Klaas de Zutphense steenhouwer Revelman opdracht gaf een grafzerk voor hem te maken. Op de steen staat gebeiteld:
“Hier rust Klaas van Essen, Geb. 25 Februari 1783, Overl. 16 Januari 1867. In leven schaapherder aan het Uddelermeer. De dankbare Prinsen uit het huis van Oranje. Z.M. Koning Willem III en Z.K.H. Prins Frederik der Nederlanden.”
(opm: Zie foto’s van Garderen, graf van Van Essen naast de kerk)
Het onderhoud van het graf wordt tot op de dag van vandaag betaald door de koninklijke familie. De man die tijdens zijn leven niet wilde opvallen, valt nu op met zijn goed onderhouden ‘koninklijk’ graf.

“het graf, daar hoog op den Garderenschen kerkheuvel boven de Veluwe uit, is van den herder, die tot zijn vier en tachtigste jaar voor zijn koninklijken Heer de schapen hoedde aan ’t meer.”

Vergelijk toen en nu (onder)

Het voormalige landgoed ’t Sol lag aan weerszijden van de weg Garderen-Uddel. Aangenomen wordt dat de heuvel waarop de uit zwerfkeien bestaande bank is gebouwd, van waaraf een prachtig uitzicht is op Garderen, van oorsprong een 4000 jaar oude grafheuvel is. Er was ook sprake van een arboretum. De ‘kuil’ is een voormalige zandafgraving. De kaart geeft een weergave naar de situatie van 1885 te zien. 


De ‘Koningseik’

Het moet wel een bijzondere plek zijn of sterk tot de verbeelding van de mensen hebben gesproken. Zelfs in die mate dat de precieze plaats van deze boom op topografische kaarten werd aangegeven.
De ‘Koningseik’ of beter gezegd wat ervan over is, vindt men nabij paddenstoel 21024, bij de viersprong Prinsenweg en Dodenweg. De Dodenweg zo geheten omdat men vanuit Drie met de doden naar Garderen liep om ze aldaar te begraven. 
Stadhouder Willem III (de latere koning van Engeland) kreeg in 1681 het recht een jachtweg (Prinsenweg) door het bos aan te leggen. Onder een eik, later genoemd de ‘Koningseik’, werd door de prins een rustpauze gehouden. De boom is ter ziele gegaan maar de boomstronk is er nog altijd terug te vinden. Ter vervanging van deze eik is, ter gelegenheid van de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898, een nieuwe eik geplant, die helaas op sterven na, dood is.
Bij één van mijn fietstochten zocht ik de plaats op om er op de daar aanwezige bank een rustpauze te nemen en naar de stilte te luisteren. De bank was bezet door een echtpaar uit Weert. Ik stapte af en vroeg of zij op de hoogte waren van deze historische plaats. Uit hun ‘vragende’ blik kon ik afleiden dat dat niet het geval was en vertelde het verhaal over de Koningseik.
Zij waren zeer geïnteresseerd, wat voor mij de aanleiding was nog meer historische informatie over deze streek te geven. Bij het afscheid raadde ik hen aan bij terugkomst in hun pension in Garderen de site www.ermelookaround.nl eens te raadplegen.