Lookaround
/

Nostalgie in woord en beeld

 

 

Tonsel is een in Ermelo en Harderwijk gelegen buurtschap met, anno 2016, ruim 1200 inwoners.
De buurtschap Tonsel lag aanvankelijk aan de noordzijde van de toen nog niet bestaande A28. In dat gebied was o.a. Hotel Pension ‘Oranje Mecklenburg’, Tonsel 125a aan de Kleine Grindweg, later Nassaulaan 1 en tegenwoordig Oranjelaan 31 te vinden.
Deze buurtschap ligt tussen Ermelo en Harderwijk, rond de spoorlijn en de provinciale weg N303 Harderwijkerweg, die eigenlijk door Tonsel loopt.
Tonsel lag buiten de stadspoorten van Harderwijk en het gebied kenmerkte zich door de goede landbouwgrond en werd daardoor ook wel ‘De Tuinen’ genoemd.
Globaal is de grootte van het gebied te omschrijven als: vanaf de Leuvenumseweg van Harderwijk (nu Meckelenburglaan) tot aan de Fazantlaan in Ermelo; eigenlijk dat gedeelte langs de Harderwijkerweg met alle zijwegen ter rechter zijde tot aan de Stichting ’s-Heerenloo en ter linker zijde tot waar de Strokel begint.
Men had er geen kerk, wel een school, enkele winkels, landbouwers en eendenhouders.
De Ermelose school was er van 1932 - 1991, het gebouw is er nog, maar wel met een andere functie. Het gebied werd in 1972 bij Harderwijk 'ingelijfd'.
De voornaamste wegen in Tonsel waren de Harderwijkerweg, Nassaulaan, Weisteeg, Koesteeg, Waterplassteeg, Oude Nijkerkerweg, Veldzichtweg, Lokhorstweg, Kalkoenweg, Hoenderweg, Eendenparkweg, Julianalaan en het Slingerlaantje.

Op de 'kop-afbeelding'  stond als tekst: 'Hotel Pension Poptie Tonsel bij Harderwijk.'

Het Tonselse Veld is het gebied ten noorden van de kern van Ermelo, gelegen bij de entree van Ermelo vanuit Harderwijk begrensd door de Harderwijkerweg aan de westzijde en de Jacob Catslaan en de Staringlaan aan de zuidzijde. De gemeentegrens met Harderwijk vormt de begrenzing aan de noord- en oostzijde.
De meeste vakantieparken in Ermelo vind je in het gebied tussen het Strokelbos en het Tonselseveld. Het gebied is 55 hectare groot, omvat 32 terreinen en circa 950 huisjes en 250 stacaravans. Het eigendom en gebruik in dit gebied is versnipperd en kleinschalig. De parken verschillen onderling sterk, van recreatief gebruik is nauwelijks sprake

 

Europa’s grootste eendenhouderij

Andries Jansen, één van de oprichters van de NIVE,  had  in de jaren twintig van de vorige eeuw, de grootste eendenhouderij in Europa. In zijn bedrijf waren zo’n 9.000 legeenden. In Tonsel was in die tijd de eendenbevolking uitgegroeid tot 60.000 dieren in zo’n 25 eendenhouderijen. De bloei was voor een groot deel te danken aan de Zuiderzeevis, zoals garnalen, spiering en kleine bliek, die zich goed leende voor eiwithoudend eendenvoer en bovendien op 3 kilometer afstand van de eendenhouderijen werd aangevoerd. Als de Zuiderzee wordt drooggelegd zullen de eendenhouders terugvallen op vis uit de Noordzee, met als aanvoerhaven IJmuiden .Als van regeringswege het ‘pufverbod’ wordt ingevoerd betekent dat de doodsteek voor de eendenhouderij in Tonsel en omgeving, terwijl, als de Zuiderzee straks wordt drooggelegd, de visserij aan de Zuiderzeekust ook al gedoemd is te verdwijnen, zo meende men. Men was er toen van overtuigd dat slechts puf hèt eendenvoer bij uitstek was en dat er geen goed alternatief voor handen was. (Aant. Puf is de generieke benaming voor ondermaatse vis uit de familie der haringachtigen, wordt gevangen als bijvangst en blijft over als de visvangst gesorteerd is. Met puf worden meestal de jonge visjes van haring of sprot of soms ook elft aangeduid, onvolwassen exemplaren van deze haringachtigen die nog weinig pigment bezitten en zilverwit of doorzichtig zijn.)

Stroperij

1894: 'J. heeft zich schuldig gemaakt aan strooperij van dennenaalden en mos uit een bosch in de buurtschap Tonsel en, wat natuurlijk veel erger is, den veldwachter De Kan, toen deze hem proces-verbaal aanzegde en naar zijn naam vroeg, op een collectie woorden getracteerd, die van zijn groote minachting getuigenis aflegden.
De vraag is ten deze gerezen of beklaagde wel toerekenbaar  was; daaromtrent bestond eenige twijfel bij den commissaris van politie. Het is evenwel den officier van justitie, uit een onderzoek in den gevangenis ingesteld, waar beklaagde nog al eens zijn tenten opslaat, gebleken, dat hij wel een man is met heel zonderlinge gewoonten, doch overigens tamelijk goed bij zijn verstand.
De officier vraagt in het belang der maatschappij voor den beklaagde 6 weken gevangenisstraf.’
Dennenaalden e.d. werden ‘gestroopt’ om te gebruiken als bestanddeel van het strooisel (heide, dennennaalden, mos) en aarde, dat met de mest vermengd werd of als droge bodemlaag onder de dieren in de stal werd gedeponeerd.
Ook het stropen op wild was een geliefde bezigheid. Niet alleen om een konijn of haas verschalken maar ook om het kat en muis-spel van de jachtopziener en de vaak hardleerse stroper.

 1908. ‘De jachtopziener S., wonende in de buurtschap Tonsel, hoorde ’s nachts een schot vallen. Hij snelde zijn woning uit en zag tegenover zijn erf het licht van een lichtbak en begreep dat er stroopers aan het werk waren.
S. stelde zich verdekt op en toen twee personen naderden riep hij ‘halt politie’. Beiden gingen op de vlucht, achtervolgd door genoemden jachtopziener die het mocht gelukken een hunner aan te houden. Een worsteling ontstond en begon de aangehoudene zich te verzetten, doch S. hield hem stevig vast, totdat de gevangene zich eindelijk overwonnen achtte. Hij bleek te zijn zekeren H. die al meermalen met hetzelfde bijltje had gehakt.’

Dat ging toen zo

1917. 'De landbouwer K. uit de buurtschap Tonsel staat terecht omdat hij met kar en paard de orde heeft verstoord van een militaire troep door op den grintweg nabij Sonnevanck in het midden daarvan te rijden. Bovendien was hij nog brutaal tegen den bevelvoerenden officier en wilde zijn naam niet opgeven, die echter later bekend werd door den kampwachter Heide.
De beklaagde zegt dat hij te Leuvenum plaggen had gehaald en reeds met kar en paard voor de soldaten op den berm was geweken, doch dat deze zijn paard plaagden, zoodat hij geforceerd werd, om anders op te treden. Hij erkent niet kalm, doch opgewonden te zijn geweest.'

Het ‘Karl Liebknecht-kamp’ in Tonsel

Hevige regenbuien vergezelden in 1933 de ‘pionieren’ op de boot naar Harderwijk. Met zang en muziek dobberden ze op de onstuimige golven.
Aangekomen in Harderwijk gingen ze op weg naar het ‘Karl Liebknecht-kamp’ in Tonsel.
Flink marcherend werd deze goede ‘haven’ bereikt, waar zij met ongeduld werden opgewacht. 's Middags werd er gespeeld op de speelweide, terwijl andere ‘pionieren’ de fietsen op gingen halen en boodschappen deden in Harderwijk.
Onverwacht werden tussen de bomen op het erf enige blinkende knopen van uniformen zichtbaar en weldra stapten er twee vriendelijk uitziende ‘sabelslepers’ van de politie uit Ermelo op de spelende jongelui af en vroeger waar de leiding te vinden was.
Zij vroegen naar de kampeervergunning, die niet kon worden getoond omdat één van de leidinggevenden nog onderweg was, zo werd hen meegedeeld. Dan komen we vanavond terug, zo gaven ze aan.
’s Avonds brachten de ‘sabelheren’, zo werden zij denigrerend door de pionieren genoemd, opnieuw een bezoek, maar een kampeervergunning kon wederom niet worden overlegd.
In samenspraak kwam men tot een voorstel. De groep zou mogen blijven, ook zonder kampvergunning, mits zij niet met rode vlaggen en rommelende trommels en met sikkel en hamer getooide fietsen langs en door Ermelo's heerlijke, schone en toch zo ‘christelijke dreven’, zo werd smadelijk van de zijde van de pionieren opgemerkt, zouden wandelen en fietsen.
Nou, daar voelden ‘de zich nogal verheven voelende jongelui’ niets voor om toe te stemmen met het idee van de ‘gehuichelde goedwillendheid’ van deze politiedienaren.
Hoe het verhaal afliep, werd niet vermeld.
Er werd wel regelmatig ‘slag geleverd’ met de Ermelose en Harderwijkse ‘fascisten’.
De politie greep niet in en de ‘nationalisten’ hadden niet eerder rust voordat de communisten het in Tonsel voor gezien hielden.
Waar het kamp in Tonsel lag, heb ik niet kunnen achterhalen.
(Karl Liebknecht (1871 –1919) was als één van de leidinggevende figuren van de ‘Spartacusbond’ een Duitse, radicaal-linkse en communistisch georiënteerde organisatie.