Lookaround
/

Nostalgie in woord en beeld

 

Leuvenum is naast dat het een buurtschap is ook een landgoed van 600 ha groot met het Leuvenumsche Bos en de Leuvenumsche Beek en slechts zo’n 70 inwoners. 
Leuvenum lag in een agrarische enclave. Dit houdt onder andere in dat het landgoed was afgesloten voor wilde zwijnen, maar niet voor reeën en herten, die er in grote getale voorkomen.
Het landgoed is een oase van rust en stilte en met een ongekende rijkdom aan flora e fauna.

Voor 1923 stond er een 'ander' Huis te Leuvenum op het eiland achter de uitspanning 'De Zwarte Boer'.
In de Tweede Wereldoorlog nam de familie Sandberg evacués in huis. In 1944 werd het huis gevorderd door de Duitsers. Aan het einde van de oorlog, in januari 1945, deden de Duitsers een inval in het huis. Sandberg, zijn vrouw Ernestine Fernande de Beaufort (1886-1985) en hun zoon jhr. mr. Rudolph Antoni Peter Sandberg (1912-1945) werden gevangengenomen en weggevoerd. Vader en zoon kwamen beiden om in Duitse concentratiekampen.
Freule Mechteld Alijda Johanna Sandberg is in 2016 op 94-jarige leeftijd overleden. Zij was de laatste dochter van jonkheer Cornelis Johannes Sandberg en Ernestine Ferdinande de Beaufourt.

Het ‘Leuvenumsche bosch’ te koop? 

1910. ‘Tusschen de buurtschap Leuvenum en de halte Hulshorst ligt een stuk Veluwsche natuur, zoo schilderachtig mooi in zijn ruige woestheid, als men haast nergens in ons land meer zal vinden.
Berken en beuken, eiken en dennen, in weelderige verscheidenheid, groeien hoog boven den hollen weg, die er doorslingert. Hier niets van het arme, schrale der hooge zandgronden; de Hierdenschen Beek, die zich hier nu en dan eens laat zien, heeft den grond een rijkdom aan planten geschonken, die ongestoord en welig kunnen groeien, nog niet weggerukt of vertrapt en gehavend door gedachtenlooze toeristen.
Meer westelijk van de beek was in vroeger jaren een stuivende vlakte; thans vindt men hier uitgestrekte dennenbosschen.
En de eigenaren van dit mooie stuk Veluwe, van dit circa 700 ha groote Leuvenumsche Bosch brengen het over enkele weken onder den hamer met een aanprijzing van de mooie heipalen en het mijnhout. Alweer een kans, dat Holland een deel van zijn schoonheid zal verliezen. Zou hier niet ingegrepen kunnen en moeten worden en zou het niet op de weg van de Staat liggen die elders groote aardverschuivingen beboscht, om hier te voorkomen dat het vastgelegde zand weer tot zijn vroegere woestheid terugkeert? Zou het niet op den weg van den Staat liggen het bosch aan te koopen, opdat dit mooie stuk natuur behouden blijve?’

Rust een weinig

1911. Als de VVV het niet doet, doen ‘wij’ het wel.
‘Verleden jaar waren er op verschillende punten in onze buurtschap Leuvenum 4 banken verrezen, ’s nachts opgesteld, die den wandelaar uitnoodigen enige oogenblikken uit te rusten. Een van die bankjes staat aan den grintweg. Nu ’t bleek dat de zomerzon op deze te hard geblakerd had, heeft de vereeniging gisteren nacht daarachter een keurigen jongen eikenboom geplant, die spoedig zijn lommerrijke takken over deze rustplaats zal uitspreiden.
Ermelo doet alle moeite om vreemdelingen te trekken. Vlak bij het station op het terrein van de stichting Veldwijk is een groot bord geplaatst waarop een uitnoodiging staat de vacantie aldaar door te brengen.’

De jonkheer had het voor het zeggen …

1922. ‘Het is toch eenvoudig middeleeuwsch dat het wild nog altijd een zekere bescherming geniet ten koste van den landbouw. In de buurtschap Leuvenum zal de roggeoogst gedeeltelijk mislukken door de konijnenplaag.’t Krioelt er van wilde konijnen en de eigenaar van Leuvenum, jhr. Sandberg, wil volstrekt niet toestaan dat deze schadelijke dieren door de boeren, die ze de kost moeten geven, worden geschoten. Zelfs werden ongelooflijke dingen verteld.
Gedurende den laatsten langdurigen winter kregen de wilde konijnen het leelijk te kwaad. De eigenaar van Leuvenum had nu zooveel medelijden met dit ongedierte, dat hij zijn pachters noodzaakte de afrasteringen om hun roggeakkers te verwijderen. ’t Gevolg was natuurlijk, dat de winterrogge tot op den grond werd afgegeten. Dit gevoegd bij den strengen vorst heeft gemaakt, dat de rogge in deze streken (die niet bijzonder door de droogte hadden geleden) buitengewoon slecht staat.
Ook in andere streken wordt soms door het wild – hazen en konijnen – heel wat schade aangericht. Zou het geen tijd worden dat de jachtwet in dezen zin werd gewijzigd, dat hazen en konijnen eenvoudig gepromoveerd werden tot schadelijke dieren, die iedereen vrij mocht dooden?Dan waren we meteen verlost van het zoo demoraliseerende stroopen, waaraan zich, niettegenstaande het heirleger van jachtopzieners enz., een groot deel van onze Veluwsche jongelingschap bezondigt.
En wil men per sé wild houden, laat men dit dan doen op afgerasterd terrein! Als dit terrein dan niet te groot is, dan valt het den heeren jagers ook gemakkelijker het wild te raken!’

De schilderachtig gelegen Zandmolen

Op de gevel van het huis bij het watervalletje aan de Leuvenumse beek (zie foto’s), dat vooraan bij haar begin de Staverdense beek en in het laatste deel de Hierdense beek heet, staat de naam ‘De Zandmolen’. Deze watermolen, die in 1692 is gebouwd en in 1865 werd afgebroken, werd gebruikt voor de productie van papier. Er stonden maar liefst negen van deze molens, de Zandmolen I en II, het Heilige Huis I en II, het Gellegat, de Hessenmolen en de beide Ottermolens.
De lompen waaruit het papier werd geproduceerd, werden per schip in Harderwijk aangevoerd en vervolgens per kar naar de papiermolen vervoerd, alwaar ze in de buitenlucht werden opgeslagen om besmetting te voorkomen. Vervolgens volgde er een proces van koken, hakken en pletten. Daarna ging het ‘goedje’ de maalbak in om tot pulp te worden vermalen. Na het zeven volgden het walsen, persen, op maat snijden en drogen en kon het papier aan de man worden gebracht.

‘De Zwarte Boer’

De voormalige herberg ‘De Zwarte Boer’ lag aan een kruispunt van de over de Veluwe lopende hessenwegen. Dat waren van oost naar west doorgaande handelswegen.
De Veluwe was een woest, ruig gebied, waar een overval van een rijtuig of hessenkar niet was uit te sluiten.
De herberg fungeerde daarbij als pleisterplaats voor doorgaande reizigers. De aanleg van de Zuiderzeestraatweg, vanaf 1830, betekende een vermindering van het aantal reizigers dat gebruik maakte van de herberg.
De aanleg van de Postweg tussen Harderwijk en Elspeet in 1859 betekende echter een gunstige kentering voor De Zwarte Boer, het aantal overnachtingen nam weer toe.
Na de afbraak in 1854 van het oude Huis te Leuvenum, dat direct achter ‘De Zwarte Boer’ was gelegen, werden de vrijkomende bakstenen gebruikt voor de uitbreiding van de achterzijde van de herberg, waar de beeldend kunstenaar Beb Kruese in het begin van de 21e eeuw een schildering in de open lucht aanbracht, waarop het oude ‘Huis Leuvenum’ staat afgebeeld.
In de gelagkamer van de ‘Zwarte Boer’ bevindt zich een 19e-eeuwse schouw met twee tegels waarop de afbeeldingen staan van Koning Willem II en zijn echtgenote Anna Paulowna.
In 1951 werd het gebouw na een brand gerenoveerd en in 2007/2008 werd het pand verbouwd en kreeg het weer een hotelfunctie. (Aanbeveling: zie onder 'Fietstochten') en zie www.dezwarteboer.nl

In het ‘Leuvenumsche Bosch’ – foto’s onder van links naar rechts.

De Grindweg bij ‘De Zwarte Boer’, ‘t Jachthuis Dependance van Hotel ‘De Zwarte Boer’,
Schitterend fietspad in de Leuvenumsche Bosschen, Voetpad langs de beek,
De Poolsche Weg, De Poolsche Weg in het Leuvenumsche Bosch,
In het Leuvenumsche Bosch, De Poolsche Weg.

1914. Vooruitgang in Leuvenum.

“Men schrijft ons: De gansche omtrek staat hier in ’t teeken van vooruitgang. Naar alle zijden wordt getracht den bodem meer productief te maken. Zelfs de Stakenberg, bij velen bekend vanwege het prachtige gezicht dat hij ons op Elspeet biedt, kan den dans niet ontspringen.
Om het terrein op een fatsoenlijke manier te kunnen bereiken hebben de eigenaren den Zwolschen weg vanaf de Zwarte Boer verhard.
Daar zijn den vorigen winter een paar aardige centen aan verdiend en voor de hier wonende menschen is het een mooie uitkomst, want die weg kon vroeger niet tot de begaanbare wegen gerekend worden. In ’t natte jaargetijde was de kans niet gering er tot ’t tweede gezicht in weg te zakken en reeds nu zijn de meest ingereden gedeelten in zeer goeden staat, wat straks na den winter wel van den geheelen weg gezegd zal kunnen worden.
De gemeente Ermelo boft er ook mee; want al deed ze vroeger bijna niets tot onderhoud van dien weg, na eenige jaren van verwaarloozing moesten er nog al onkosten aan gemaakt worden en nu ….onderhouden de eigenaren van den Stakenberg hem.
Nu kon de Raad der gemeente ’t ook niet laten eens flink uit den hoek te komen. Hij gaf den heeren niet alleen verlof om den aan de gemeente toebehoorende en publiek blijvende weg te verharden, maar ook om het daarvoor benoodigde grind uit den gemeentegrond te halen zonder meer per m3 te laten betalen dan anderen, die het voor eigen weg of tuin gebruiken.
Hoe waren de vroede vaderen zoo gul, zal men vragen. Och zooals gezegd, die grindweg was ook van belang voor hier en als ’t iets voor de buitenbuurten geldt, zijn ze daar niet te houden. En dan ook dienen ze aan de belangen van zulke heeren, die toch wat laten verdienen, min of meer mede te werken, want hun komen hier is ook ’t belang der gemeente.”
(Aantekening: het ging in dit artikel om wat nu ‘de Oude Zwolse weg’ is, de verbinding vanaf ‘De Zwarte Boer’ naar de Stakenbergweg).