Lookaround
/

Nostalgie in woord en beeld

 

De kleine 600 inwoners tellende buurtschap Horst is bij de gemeente Ermelo ingedeeld.
In 2009 heeft er een opvallende uitbreiding plaats gevonden met de nieuwe wijk ‘De Horsterbrinken’, dat zich presenteert als een middeleeuws kasteel met de naam ‘Groot Horlo’.
De 40 meter hoge toren geeft een boeiend uitzicht over de omgeving.
De lagere school (basisschool) ‘met de Bijbel’ ‘De Goede Herderschool’ werd in 1908 gesticht. Zij werd tot 1920 uit eigen middelen bekostigd en bestaat nog steeds.
Naast enkele zorginstellingen heeft Horst een eigen druk bezochte haven met restaurant en een strand gelegen aan het Wolderwijd, dat wordt gekenmerkt als een van de beste surf- en kite-plaatsen. Strand Horst levert zomer en winter altijd mooie plaatjes op.
Vanaf 1993 bestaat er een pontverbinding tussen Horst en Zeewolde, waarvan jaarlijks zo’n 200.000 passagiers gebruik maken.

 

 

 

Een fatale woordenwisseling 

1902. K. en D., beiden woonachtig in de buurtschap Horst bevonden zich ‘s avonds bij het station en kregen een woordenwisseling en liepen vervolgens het Telgter voetpad op.
‘Eenigen tijd later toen anderen dien weg passeerden, vond men K. bewusteloos daar liggen met een levensgevaarlijke, verschrikkelijk bloedende hoofdwond bezijden een zijner oogen, ongeveer 4 à 4 ½ cm diep. Terstond begaf men zich naar het gesticht Veldwijk om geneeskundige hulp. K. werd intusschen naar het Administratie-gebouw gebracht, waar weldra geneesheeren tegenwoordig waren en hulp verleenden. Helaas! Het mocht niet baten; zonder bij kennis te zijn geweest, overleed K.
De politie, die al spoedig van het feit gehoord had, begon onmiddellijk met het onderzoek. Nog denzelfden avond gingen de gemeente-veldwachter Van Emst en de rijksveldwachter Stapel naar de woning van den vermoedelijken dader D., doch vonden hem niet thuis.
Des morgens werd hij evenwel aangehouden en in verhoor genomen.
De ingezetenen van Ermelo, zooals te begrijpen is, vol van de geschiedenis en toen ook D. in verhoor was, stond een groote menigte nieuwsgierigen voor het gemeentehuis in afwachtende houding.
Uit het verhoor werd men niet veel wijzer; D. zei met het ongeval geheel onbekend te zijn en beweerde in goede vriendschap van K. te zijn gescheiden, zoodat een ander de schuldige moest wezen. Ook bij het onderzoek door den Burgemeester ingesteld, die telegrafisch met het gebeurde op de hoogte was gebracht en des morgens spoedig aanwezig was, ontkende D.
Daarop werd hij voorloopig onder den toren te Ermelo gebracht.
Des namiddags arriveerde de officier van justitie uit Zwolle, door wien het onderzoek werd voortgezet. 
D. verteld dat hij met L. met lichtbak er op uit was geweest om te stroopen. Genoemde L. werd gehaald en ondervraagd en uit zijn mededeelingen bleek, dat D. hem alles had verteld. Hij was ’s nachts zeer gejaagd geweest.
Het mes was verborgen in een boschje bij ’s Heerenloo. L. had D. gezegd, indien hem er naar gevraagd werd het gebeurde niet te zullen verzwijgen. Onmiddellijk werd met L, het was al donker geworden, de tocht naar de richting van ’s Heerenloo ondernomen en werkelijk vond men op de aangewezen plek het mes.
D. werd opnieuw in verhoor genomen en nu bekende hij de dader te zijn. Met de trein werd hij geboeid naar Zwolle gebracht.
Diep medelijden moet men hebben met de ouders. ’t Zijn bejaarde menschen, voor wie beiden de kostwinners waren.’
Vaak was in dit soort gevallen de liefde in het spel of juist niet.
D. was niet erg gelukkig in de liefde. Telkens na een week of wat verkering hadden de meisjes genoeg van hem. Daarmede plaagden hem zijn kameraden. Het was K. die vaak de plagerijen aanstookte.
Er was ook nog een andere lezing: ’De verslagene K. had verkering met een meisje, dat vroeger omgang had met  D. 
In ‘Van ’t Erf van Ermel’ nr 66 van juni 2013 lees ik een bijna identiek verhaal van Aalt Hop.
‘Toen mien vaoder en mien moeder verkering kregen, begonnen geliek al de problemen, want het was gebruukelijk dat een jong uut Horst geen deerntje mocht hen uut Telgt. Mien vaoder kwam van de Horsterweg en mine moeder van de Niekarkerweg, dus Telgt. Zij was het enigste deerntje thuus samen met drie breurs. Heur va was veur die tied een redelijke boer. Mien va mos soms echt veur heur vechten. De jongens uut Telgt stonden hum dan op te wachten. Hie kon klappen kriegen of hie mos tracteren. Soms had tie een ploertendoder in z’n zak en hie het um oek wel us gebruukt. De jong die een klap kreeg, kon een week lang geen pet op. Bie de Greune Allee is een keer een jong hierdeur overleden.’ 1911. De jongelui in de buurtschap Horst kunnen ’t blijkbaar niet verkroppen, als er jongelui uit deze omgeving ’s avonds een bezoek brengen aan hun meisjes te ’s Heerenloo.
Vroeger kwamen reeds vele verhalen ter oore van schermutselingen tusschen die beide partijen.
’t Is echter niet aangenaam voor den bezoeker b.v. tegen ’t naar huis gaan door een aantal opgeschoten jongens bemoeilijkt te worden.
De heer N. alhier ondervond dit dezer dagen nog, toen hem o.a. den hoed van het hoofd werd geslegen. Naar wij vernemen, heeft hij zich in dezen tot de bevoegde autoriteit begeven.
En had je dan het meisje naar jouw keuze veroverd, ging de vader van de mogelijk toekomstige bruid dwars liggen. En wat dan?

7 maart 1901: ‘Een minnend paartje te Horst gemeente Ermelo kon van den vader der bruid geen toestemming krijgen om te huwen. De gelieven wisten er echter raad op. Zij gaven voor even een boodschap in Nijkerk te moeten doen, kwamen daar bij elkander, namen een kaartje naar Rotterdam en telegrafeerden den volgenden morgen dat ze samen op reis waren naar Amerika.’
Wie die ‘gelieven’ waren en of ze ooit weer terugkeerden naar Ermelo vermeldt het verhaal niet.

De school met de Bijbel

1908. ‘De eerste steenlegging van de School met de Bijbel door den heer L. Staal vond plaats in Horst. Op verzoek van het bestuur werd ps. 121 : 1 gezongen en was dan deze plechtigheid afgeloopen.’

Een plaag

1914. ‘Een interessant schouwspel bood het terrein, de standplaats der woonwagens, aan, waar een zevental eene plaats gevonden hadden. Rondom een groot vuur zaten de zigeunerinnen te praten en – schrik niet – te rooken. Vele mannen hielden zich onledig met kaartspelen. Kinderen, paarden en honden verhoogden de gezelligheid.
Al is een bezoek van zulk volkje wel eens leuk, toch is de woonwagenplaag niet gering te achten en indien de politie niet gewaakt had, zou de nacht voor alle burgers niet zoo kalm verloopen zijn; want de trucs van die zigeuners zijn bekend om aan geld of goed der ingezetenen te komen. Ook staat de politie er soms onmachtig tegenover want niet steeds blijven deze nomaden bij elkaar – ook nu weder stond een drietal woonwagens in de buurtschap Horst – en door hunne verspreiding en verdeeling is het gewone toezicht niet voldoende.
Aan de minister is een adres gericht in verband met deze plaag om van uit de Veluwe meer actie te laten uitgaan.
Door de goede zorgen der politie werden de zwervers uit de gemeente geleid naar een naburige plaats om na enige weken opnieuw te Ermelo, Horst, Telgt … op visite te komen.’

1914. 'Een zwerver die dezer dagen in de buurtschap Horst met zijn woonwagen en een talrijk gezin vertoefde, maakte het de bewoners nog al lastig, zoodat de gemeenteveldwachter Schaap daadwerkelijk moest optreden en hen in de richting deed vertrekken.'

Spreeuwenpastei

1894: In de buurtschap Horst is door de politie v .d. B. aangehouden, wegens het vervoeren van 300 spreeuwen.
1895: ‘Het vangen van door de wet beschermde vogels, vooral spreeuwen, is thans weer in vollen gang, en in weerwil van het waakzame oog der politie, worden tal van die vogels gevangen, en op de meest listige wijze verzonden, of wordt althans getracht zulks te doen.
Dezer dagen zagen evenwel de te Harderwijk gestationneerde rijksveldwachters De Kan en Buschgens aan het station Ermelo-Veldwijk van de Centraalspoor, even vóór het vertrek van den trein, dat een, schijnbaar met groenten beladen kar, daar stil hield en eenige kisten niet langs den gebruikelijken weg het station werden binnengesmokkeld. Daar dit achterdocht opwekte, stelden zij een onderzoek in en bevonden, dat die kisten niet anders dan spreeuwen bevatten. Een en ander werd in beslag genomen en tegen de vervoeders van die vogels proces-verbaal opgemaakt.’
Aan een woning in die tijd werd wel een spreeuwenpot opgehangen, dat is een soort kannetje dat met de open kant naar binnen toe aan een buitenmuur bevestigd wordt en bestemd is voor de huisvesting van de spreeuw.
Oorspronkelijk werd de mogelijkheid tot nestbouw niet uit nobele overwegingen gegeven, maar had als doel de jonge nestvogels te kunnen vangen, om ze daarna in een pastei te verwerken. In de (originele) pot zitten enkele gaatjes om stokjes door te steken, waarop de vogels kunnen zitten, maar ook bedoeld om te verhinderen dat jonge vogels uitvliegen. Vandaar de uitdrukking ‘er een stokje voor steken.

Schaarste

1917.’ Door gebrek aan petroleum en kaarsen zijn we tot den ouden tijd terug. In de buurtschap Horst gebruiken sommigen reeds raapolie in een blikken bakje, met pitten van biezen, wat zeker geen schitterende verlichting is.’

Een aardige verdienste

1915. ‘Dat het eikel zoeken een voordeelig werkje is, ondervinden velen in deze omgeving, zoo ook een paar jongens uit de buurtschap Horst, die op een dag 70 kg verzamelden en daarvoor ontvingen f. 3,79’.