Lookaround
/

Nostalgie in woord en beeld

 

 

 

Midden in het dorp

Midden in het dorp is ‘De Dorpskamer’ te vinden met vanaf het zonnige terras zicht op de muziektent, molen ‘De Koe’ en ‘De Verbinding’ en aan de overkant het VVV-kantoor, waar de vele mogelijkheden om Ermelo en omgeving per auto, fiets of te voet te verkennen, u worden aangeboden met een directe aansluiting op het fietsknooppuntennetwerk.
En rechts daarnaast het voormalige gebouw van Albert Heijn, waar eens het boerderijtje ‘God zij met ons’ van oud-wedhouder H. L. Rikkers stond; de knotlindes aan de zijkant staan er nog steeds.
En waar voorheen ‘De Witte Herbergh’ was, verrijst als onderdeel van de ‘Dorpskamer’ het nieuwe restaurant met de naam ‘Van  Sprang’.

 

De buurtschappen

De buurtschappen van Ermelo worden afzonderlijk genoemd. Om in de sfeer te komen van 'het leven van alle dag' aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw is een bloemlezing van de in de pers voorkomende berichten en verhalen uit die tijd weergegeven.
Het toen gebezigde woord- en taalgebruik is daarbij gehandhaafd.
Het leven van alle dag speelt zich veelal af in en om de boerderij en in de onmiddellijke omgeving daarvan.
Men heeft te maken met met kleine vergrijpen, zoals diefstal, stroperij, vechtpartijen, openbare dronkenschap en heel soms een moord.

Het bankje van Ben, een bijzondere plaats

De warmte van de zinderende zomerzon met een temperatuur van meer dan 30 graden is enkele dagen geleden een halt toegeroepen en een verfrissende koelte kwam er voor in de plaats. Ik besluit, op deze laatste dag van de oogstmaand in alle vroegte per fiets, de zon is nog maar net op, de strelende stilte in de omgeving van de Stakenberg op te zoeken.
Een lichte nevel filtert het eerste daglicht, de stralenbundel door de bomen en de geur van rottend blad en paddenstoelen zijn typerend voor de in aantocht zijnde herfst. De dagen worden merkbaar korter en de eerste bladeren van de berk en de lijsterbes liggen te glimmen op het natte fietspad. De lucht, weliswaar fris, voelt nog zacht aan.
Aangekomen op één van mijn favoriete plekjes, het ‘bankje van Ben’, scheef gezakt en opvallend door z’n eenvoud, twee redelijk forse boomstammen als poten, waarvan er één dreigt om te vallen, steken uit de aarde en daarop bevestigd een eiken zitplank, simpeler kan het niet. Maar dat doet aan deze wonderschone plaats niets af.  
Het bankje staat aan de rand van een oogstrelend, volop bloeiend heidegebied met jeneverbesstruiken; de heide voor een groot deel ingepakt, gedrapeerd met spinrag en dat alles voorzien van duizenden druppeltjes die als knipogende parels in het eerste zonlicht een betoverende ochtendsfeer scheppen, extra versterkt door de grillig gevormde jeneverbesstruiken, grotesk en uniek in aanzien. Een indrukwekkend gezicht. Een ‘afdeling’ rode mieren wil bezit nemen van de bank en een late wesp probeert het mij lastig te maken en verstoort met haar gezoem de stilte, waarnaar ik met gesloten ogen zit te luisteren. Ik sta op en volg een wildspoor. Uitwerpselen en prenten van edelherten, de hier en daar door de wilde zwijnen omgewoelde aarde en de ‘plat gelegen’ schuilplaatsen in en tussen de jeneverbesstruiken geven duidelijk aan dat het ook een geliefd oord is voor het wild.  Een nadere uitleg op z’n plaats.
Ik vertel het verhaal, het verhaal van de vrijwilligers van het ‘Geldersch Landschap’ (GLS), die hun wekelijkse werkzaamheden op donderdag met veel plezier en inmiddels met de nodige kennis en ervaring, uitvoeren op voornamelijk het ‘Landgoed Staverden’, maar ook op andere locaties op de Veluwe. 
Een hechte groep van tien gepensioneerde officieren van de Koninklijke Landmacht, die elkaar uit hun vroegere werk kennen en al ruim achttien jaar, vanaf 1996, hun beste beentje voor zetten. De groep wordt vaak aangeduid als ‘boscollege’, de leden als ‘boskabouters’. 
Eén van ons is de ‘vrijwillig aangewezen, meewerkende leidinggevende’, tussen haakjes we spreken niet over commandant maar over ‘coördinator’ en mogen hem zelfs met zijn voornaam aanspreken. 
Deze laatste zin, als kwinkslag bedoeld, geef ik met opzet weer omdat het zo typerend is voor deze groep. De wijze van omgaan met elkaar doet menigeen de wenkbrauwen fronsen, recht door zee en op de man af … Wij voelen ons er wel bij en zijn van collega’s van voorheen, vrienden van nu geworden.
Uitdunnen, snoeien, beken schonen, afrasteringen herstellen en plaatsen, aanplanten, blad blazen, vuil ruimen zijn enkele van de vele werkzaamheden, teveel om op te noemen.
Het ‘Geldersch Landschap’ gaf ons een eigen ‘keet op wielen’ uitgerust met kachel, wasbak, ‘buitenzit-stoelen’ en gereedschap, om te ‘reizen’ naar de plaats waar onze aanwezigheid dringend gewenst is voor het verrichten van werkzaamheden.
Men kent ons en weet van ons bestaan in de omgeving van Staverden. Onze populariteit steeg met sprongen toen bleek dat, wanneer de cadiwagen (Opm.: Cadi is de afkorting van cantinedienst) met een schril, rustverstorend sirenegeluid zijn komst aankondigde, waar wij dan ook aan het werk waren, ook de buurtbewoners, de postbesteller en de chauffeur van de vuilniswagen een ‘broodje bal’ of een rijkelijk ‘belegde fricandel’ tot zich konden nemen. Die tijd is helaas voorbij, ook de cadiwagen kon onmogelijk aan de bezuinigingsdrift bij defensie ontkomen.
Terug naar ‘het bankje’. Natuurlijk waren er ook verdrietige perioden. Twee vrienden, Bert en Ben en de echtgenote van één van de ‘boskabouters’ ontvielen ons.
Ieder jaar gedenken wij hen tijdens een op de begraafplaats van Ermelo te houden korte plechtigheid. Terug in de tijd; het zal in 1997 of 1998 zijn geweest. 
Eén van de overledenen, Ben, en de rest van het ‘college’ waren bezig met werkzaamheden aan de Lathorstlaan, een zandweg die de Oude Zwolscheweg met de Stakenbergweg verbindt. 
Op een gegeven moment bij een rustpauze was Ben niet van de partij. Geroep onzerzijds werd beantwoord met een fluitsignaal. Wij gingen op het geluid af en ja hoor, daar stond hij met een bezweet hoofd waar hij al doende was twee vrij diepe gaten te graven. Even kwam bij ons de gedachte op, dat de graafpartij te maken had met de ‘hang’ naar zijn oude stiel en hij zich weer bij één van de eerste lessen van de elementaire opleiding waande en wel het graven van de eenmansschuttersput.   
“Wat ben jij nou aan ’t doen? Op zoek naar een schat?”
“Nee, ik ga een bankje maken. Dit stuk natuur is zo wonderschoon, zo overweldigend, dat ik er regelmatig van wil genieten en dat doe ik dan bij voorkeur zittend op een bank. Je moet van genieten immers niet moe worden …”
En zo ontstond ‘het bankje van Ben’, voor ons, ‘boskabouters’, een heel bijzondere plaats … 
Ik ben er graag …

(‘Het Boscollege’ heeft 19 jaar onafgebroken bij ‘Het Geldersch Landschap’ iedere donderdag gewerkt. Op 1 januari 2015 kwam er een eind aan.)

 

Bovenste rij van links naar rechts:
Cees Moonen, Henk Nijmeijer, Ab Noël (overleden op 14 november 2015), Ben van Os, en op de achtergrond 'Kasteel Staverden'.
Onderste rij van links naar rechts: Jan Quintus, Jan Garritsen, Willem van Ooijen, Henk Poelhekken.

De eerste tennisbaan

De heer P. G. Hageman was de grote initiator en inspirator om de sport in de jaren dertig van de vorige eeuw in Ermelo te promoten. Hij diende bij de gemeente in 1933 een verzoek in om een gemeenteterrein te mogen aanwenden voor de aanleg van een tennisbaan.
Allereerst echter dient zich de vraag voor: was ‘men in Ermelo’ er wel aan toe om het onderwerp sport in al haar facetten, en dan met name in christelijke kringen, te bezien en evalueren en vervolgens een gewillig oor te vinden door accommodaties ter beschikking te stellen en aan te leggen? 
Het vormen van de geest was toch immers het enige doel van de opvoeding? Alhoewel een en ander langs de weg der geleidelijkheid wel aan het veranderen was, ook in een ‘nederzetting’ als Ermelo, stond men er nog steeds met enige vrees tegenover. Het was misschien ook wel, of mede dank zij, de invloed van de vreemdelingen die naar de Veluwe waren gekomen. 
En aldus werd de behoefte om aan sport te doen, op welk gebied dan ook, geboren. Ermelo was in die dagen slecht bedeeld aan sportfaciliteiten, geen (echt) voetbalveld, zwembad, tennisbaan, ijsbaan of een afgebakend terrein voor volksspelen en sportwedstrijden.
B. en W. stelden in 1934 voor de tennisclub een terrein in gebruik te geven, ‘begrensd door de Vondellaan, de P. C. Hooftlaan en de Witteveenlaan; 1000 vierkante meter voor 20 jaar ; voor erkenning eigendomsrecht een jaarlijkse betaling van f. 5, -.’
En zo was de dag gekomen dat er een tennisbaan in Ermelo kwam. Blijdschap alom, vergeten alle narigheid van het zoeken naar een geschikt terrein en de afwijzende beschikkingen.
Niet vergeten de inspanning en moeite van architect Woudstra, de vakkundigheid van de aannemers Peet en Van Beek, de hulp van de heer Filippo en de niet aflatende inspanning van de heer Hageman, aldus dit alles weergegeven in de openingstoespraak van dr. Binnendijk. Waar een woonwijk ontstond, moest ook het nodige sportieve vertier komen.
Daar waar nu de villa’s Vondellaan 10 en 12 staan, werd op 22 mei 1934 op feestelijke wijze de daar gebouwde tennisbaan in gebruik genomen. 
De aanleg van deze baan werd in opdracht van de n.v. ‘Damwijck’ uit Rotterdam uitgevoerd door uitgevoerd door het aannemingsbedrijf  E. J. Peet (was ook de ‘bouwer’ van de muziektent) en Van Beek.
Het eerste bestuur van de vereniging bestond uit P. G. Hageman, C. A. E. D. Filippo, A. J. K. Binnendijk en J. Lith.
De heer P. G. Hageman uit Maarssen, opzichter bij Rijkswaterstaat en later ook consul bij de ANWB, woonde  in 1917, in het oorspronkelijk als vakantiehuisje gebouwde, Da Costalaan 3. Op de foto is het hek van de tennisbaan te zien aan de Vondellaan waar nu de woningen nr 10 en 12 zijn te vinden.

Weldadige rust, 'Hij ga naar Ermelo'

De heer J. A. Tours reisde in 1895 af naar Ermelo en gaf onderstaand een visitekaartje af, een VVV-medewerker had hem niet kunnen verbeteren:
“Wie vermoeid van zijn inspannend werk in de grote stad, een heerlijk plekje zoekt, waar geen straatrumoer hem hindert, geen bel hem van zijn maaltijd roept, geen lastig bezoek hem aan zijn huiselijke kring ontrukt, hij ga naar Ermelo. Hij spore, als hij van Amsterdam komt, naar Amersfoort en verder langs Nijkerk en Putten, om uit te stappen aan het station, dat de dubbele naam Veldwijk - Ermelo draagt. De trein stoomt weg; de passagiers verspreiden zich links en rechts; de stationschef verlaat het perron; daar staat ge alleen. Links, ten westen, ligt het uitgestrekte Veldwijk, de vriendelijke stichting, waar, hier en ginds in paviljoenen verspreid, krankzinnigen verblijf houden, die in geurend dennenbos en onder wuivend groen, waartussen de zon zo verrukkelijk kan spelen, meer rust en vrede dan waar ook zullen vinden. Rechts, ten oosten, vindt ge een weg, bij de aanvang door vriendelijke woningen ‘afgezet waarlangs ge binnen een half uur het dorp Ermelo zult bereiken; de molenwieken in haar draaiende onrust en de kerktoren met onbewegelijke kalmte wenken u reeds van verre’. 
De rust van het landschap doet u weldadig aan. Hier geen tramgebel, geen luid geschreeuw van venters achter hun karren met groenten of fruit gevuld; geen stadsgewoel, dat u nog in de oren schijnt te ruisen. Hier overal kalmte en nog eens kalmte. De blauwe hemel welft zich over de bloeiende hei, hier en daar in een bospartijtje eindigend, welft zich over het bouwland, dat de bewoner op die hei heeft veroverd, het land waar de rogge of de boekweit, de aardappel of de lupine groeit met hun afwisselende kleur van bruin, wit en geel. Haal adem, diep, zo diep ge kunt en verkwik uw longen met die zuivere lucht, die van alle zijden u toewaait en u zo geheel anders aandoet dan die der grachten, maar thans vergeet gij uw stad voorgoed en geeft u veertien dagen lang over aan de onvermengde vreugde en reinheid van het buitenleven.”
Zie ook de vakantieverhalen onder 'Veluws leven'.

Opening bosbad 

De ontwikkeling op sportief gebied zette door, want in 1936 was men in de gelegenheid om na een partijtje tennis het bezwete lichaam ‘een afkoeling te doen ondergaan’ in het nabijgelegen bosbad, waar nu het hotel en congrescentrum ‘de Heerlickheyd van Ermelo’ is gelegen. 
De n.v. Damwijck kwam in 1936 met een opvallend initiatief.
Architect A. van der Meijden vraagt op 27 mei 1936 een vergunning aan ‘tot het maken van een zwemschool met toebehooren, gelegen ten oosten van den Rijksstraatweg Harderwijk – Ermelo, kadastraal bekend sectie E no 799, kosten f. 10.000, -‘
Toch wel een gedurfd plan van een zestal Ermeloërs om een buitenbad te gaan exploiteren. Het waren de heren A. J. K. Binnendijk, directeur van Salem, W. Dekker, directeur van ’s Heerenloo, R. Holtrop, huisarts, W. F. H. van der Wart, directeur van Groot Emaus, C. A. E. D. Filippo en J. Lith. De laatste twee namen het technische en financiële vraagstuk voor hun rekening. Er werd een lege NV als bedrijfsvorm gekozen en de zes genoemde heren werden de aandeelhouders, waarbij de heer Lith werd opgevolgd door de heer P. G. Hageman.
Met de woorden: “Welkom, gij allen die u te zamen met rnij, op dit voor Ermelo en hare inwoners zo betekenisvolle moment, schaart rondom het te openen en in gebruik te nemen Zwernbad van Errnelo”, opende burgemeester Martens op 25 juli 1936 het bad, dat in 1959 werd gemoderniseerd, in 1988 gesloten en in 1998 afgebroken.

Het Palmbosch

Maar al eerder was er een mogelijkheid voor zwemmen en schaatsen gevonden.
Achter de muziek van ‘Excelsior’ aan! Op weg naar de Zeeweg bij het Palmbosch! En al marcherend was het zingen van vaderlandse liederen te horen. Waarom deze uitbundige feeststemming? 
De heer H. J. de Wilde, de voorzitter der ‘Vereeniging tot Bevordering van het Vreemdelingenverkeer’, nam het woord en vertelde over de reeds lang bestaande wens van een voor Ermelo geschikte badgelegenheid. En nu, in 1927 was het zover.
Het gemeentebestuur gaf haar medewerking en verstrekte een renteloos voorschot, terwijl de heer Van Malestein tegen een billijke huurprijs een stuk land aan de VVV afstond. 
Er kwam een badhuisje en een consumptietent en een echte badmeester in de persoon van de heer Luijendijk.
De gemeente bepaalde dat het bad zondags gesloten was en dat er verschillende uren voor vrouwelijke en mannelijke personen waren. Kinderen beneden 12 jaar mochten zowel tegelijk met heren als met dames baden. En de prijs een ‘dubbie’ voor 40 minuten baden.
’s Zomers naar het Palmbosch om te zwemmen en ’s winters om te schaatsen …
Wat is nu een gemeente zonder ijsbaan? Onze nationale volkssport moest toch kunnen worden beoefend.
De belangstelling bij de oprichtingsvergadering van een ‘ijsvereeniging’ in het Oranjehotel werd in 1933 dan ook druk bezocht. Men was het er over eens dat een kunstijsbaan in Ermelo reden van bestaan had, omdat het IJselmeer niet steeds gelegenheid tot beoefening van de ijssport bood.
Het (voorlopige) bestuur bestond uit de heren Avengaath, voorzitter, W. van Rijswijk, secretaris, A. Pater, penningmeester, en de heren A. Boute, algemeen adjunct, H. Schuitemaker, commissaris van materiaal, P. Kwakkel en B. de Groot, baancommissarissen.
In datzelfde jaar besloot de gemeente dat aan de ‘Ermelosche IJsvereeniging’ zou worden afgestaan de ‘voormalige Zanderij gelegen aan de spoorweg Ermelo – Putten’.
Zie ook onder Telgt het artikel: 'Moet er een badhuis komen?

1897. ‘Er is besloten om een publieken weg die van het station Ermeloo-Veldwijk door het grootste gedeelte van de buurtschap Horst loopt, met een zijtak naar het Idiotengesticht op ’s Heerenloo hard te maken door middel van porfir steenslag.
Een hoogst nuttige zaak zal hierdoor thans tot stand komen; niet alleen een verbindingsweg van het dorp en het station Ermeloo-Veldwijk met den zeeoever Palmbosch, een belangrijke ladingsplaats, maar tevens een lang gewenschte verbinding van den spoorweg met het Idiotengesticht ’s Heerenloo door een harden weg, die tot nog toe zeer gebrekkig over een zandweg plaats had.’

De ‘Ermelo’

U leest het goed! Er bestond en bestaat, wie zal het zeggen, weliswaar met een andere naam, een schip dat de naam ‘Ermelo’ heeft gedragen. 
In 1927 is bij de werf ‘Roorda’ in Sliedrecht een passagiersschip van stapel gelopen voor de ‘Holland-Veluwe lijn’ die de naam ‘Uddelermeer’ droeg en als ‘pakketboot’ de dienst tussen Amsterdam en Harderwijk onderhield. Dit tweede schip, naast de raderboot ‘Stad Harderwijk’, kon ook als vrachtschip dienst doen en had een dieselmotor, terwijl een zeil kon worden gevoerd om brandstof te besparen. 
Tijdens de Tweede Wereldoorlog, na inbeslagname door de bezetters, werd het gebruikt als Duits ‘gepantserd’ troepentransportschip op het IJsselmeer. 
Na de oorlog werd het schip opnieuw omgebouwd tot passagiersschip en ‘omgedoopt’. Zij  ging verder onder de naam ‘Ermelo’ en heeft jarenlang duizenden rondvaarten gemaakt langs de Zuiderzeewerken en de aanleg van de nieuwe polders. 
In 1968 volgde opnieuw een naamsverandering, het motorschip ‘Veluwe’.
De drooglegging van de polders in het IJsselmeer betekende ook het einde van de lijndienst Harderwijk-Amsterdam en werden er vanuit Harderwijk slechts dagtochtjes gehouden.
In 2006 werd het schip aan een Rotterdamse maatschappij verkocht en heette vanaf toen  ‘Zuiderzee’.

De VVV op pad 

In de moeilijke dertiger jaren van de 20e eeuw werd er een beroep gedaan op de Nederlander om toch vooral zijn of haar vakantie in eigen land te ‘vieren’. 
En Ermelo deed daar op een zeer originele en ludieke wijze aan mee. De VVV trok in 1933 door de grote steden met een grote vrachtwagen, waarop een Veluws huis, genaamd ‘Pension Boschlust’, kamperende jongelui en een boer en een boerin in Ermelose klederdracht, te vinden waren.
Het rijdende propagandamiddel trok veel bekijks.
In 1940 werd door de V.V.V. te Ermelo, Eikenlaan 46, een nieuwe Gids uitgegeven, ingeleid door burgemeester Martens.
‘Ermelo ligt temidden van uitgestrekte complexen bosch en heide, men kan er naar hartelust dwalen en wie van afwisseling houdt, vindt betrekkelijk dichtbij de zee, nu het IJsselmeer.
Ermelo staat niet alleen bekend als vacantie-oord, maar ook als een oord van gezondheid  , omdat de lucht er droog en zuiver is.
Het gidsje bevat een beschrijving van de schoonheden en aantrekkelijkheden in deze streek en is verlucht met foto's en kaartjes.’

Werklozen aan de slag

Recreatiecentrum ‘De Paalberg’ is een van de oudste campings van ons land. Hier wordt al sinds 1915 gekampeerd. Aanvankelijk waren het vooral jongemannen van de vereniging van de AMVJ uit Amsterdam. Later werd het terrein door diverse padvindersgroepen gebruikt. In de twintiger jaren van de vorige eeuw werden er barakken gebouwd voor het onderbrengen van groepen. 
In 1920 ontving de AMVJ (Amsterdamse Jonge Mannen Vereniging) van de gemeente Ermelo een gedeelte van de Ermelose Heide, de Paalberg, in erfpacht om een recreatiekamp op te zetten. Vele AMVJ’ers en kinderen van AMVJ-ouders hebben gelukzalige vakanties kunnen doorbrengen in dit ontspanningskamp.
Niet alleen vakantie vieren was aan de orde, zoals onderstaand verslag uit 1935 weergeeft. 
Een mulle zandweg, waar een keurig fietspad naast ligt, voert naar het kamp, dat ligt op de Veluwe, een goed half uur lopen van Ermelo. Dat het er mooi is en heerlijk, behoeven wij niet te vertellen; waar is de Veluwe niet mooi?
Het kamp ligt op een soort hoogvlakte, dat de naam draagt van ‘Paalberg’. De naam is wat overdreven, doch dat is van minder belang; hoofdzaak is, dat hier een kostelijk vakantie- en ontspanningsoord is voor de Amsterdamse jeugd en voor de leden van de AMVJ.  
Op het ogenblik is het geen vakantie, maar het kamp is toch bevolkt met jongelui, die een gedwongen vakantie hebben, werklozen namelijk.
Het vraagstuk der werkloosheid is zeer moeilijk en zeer ingewikkeld en de directie van de AMVJ zal het alleen niet tot oplossing kunnen brengen. Zij kan niet bereiken, wat tot nu toe aan de knapste economen onmogelijk is gebleken. Wat zij echter wel kan en wat zij ook doet is de geestelijke nood der jonge werklozen lenigen.
Want die nood bestaat. Aan de materiële gevolgen van het grote maatschappelijke euvel, kan een steunregeling tot zekere hoogte tegemoet komen; de demoraliserende invloed van het doelloos rondslenteren, het steeds weer, bijna zonder hoop, zoeken naar werk, blijft! Tenzij de helpende hand wordt uitgestoken.
Dit kampwerk is dus een onderdeel van het algemene crisiswerk van de maatschappij en het is van zeer grote betekenis. Ten eerste is het voor de jongelui, die altijd in de stad vertoeven, fysiek zeer goed eens buiten te zijn in de vrije natuur waar de lucht zuiver is. Maar groter nog is het morele belang van de zaak. Want al worden in de stad cursus- en ontspannings- bijeenkomsten gehouden, de jongelui keren toch telkens terug in hun eigen omgeving, waar de geestelijke druk van de werkloosheid zwaar boven hangt. Nooit komen zij langer dan enkele uren los van de zedelijke depressie.
In het kamp doen zij nieuwe indrukken op. Zij kunnen weer werken, de handen uitsteken,
Zij voelen zich weer mens en niet langer een maatschappelijke verschoppeling. Zeker, de kamptijd gaat voorbij, te snel helaas, dan keren de jongens terug in de steden in de sfeer van materiële en morele ontreddering, die hetzelfde is gebleven al zal er wel eens een keer ten goede komen. Maar de jongelui zelf zijn veranderd. Zij hebben de druk van zich afgeschud, hebben even gevoeld dat zij meer zijn dan waardeloze factoren in de samenleving; zij hebben zichzelf hervonden en zijn daardoor sterker geworden in de harde strijd tegen de onverbiddelijke economische wetten. Is dit nu niet allemaal theorie? Is de praktijk niet een beetje anders? Het was juist om een antwoord op deze vragen te vinden, dat wij naar de Veluwe zijn getrokken en zijn doorgedrongen in het kamp, dat een oase bleek te zijn in de woestijn van maatschappelijke troosteloosheid. Zo’n kamp is een wereldje op zichzelf, een gemeenschap, waar een opgewekte geest heerst van solidariteit. Die solidariteit gaat in de grote samenleving nu vaak verloren, omdat de ‘struggle for life’ het eigen belang te zeer op de voorgrond dringt. In het kamp moet men wel sociaal voelen, of men wil of niet, anders zou het leven er ondragelijk zijn. Een moeilijkheid voor de leiding is altijd geschikte werkobjecten te vinden, maar hier bij Ermelo is het schitterend gelukt. De zwemsport kwam op de Veluwe eigenlijk deerlijk in het gedrang. Het IJsselmeer is wat veraf en het zwemmen is daar niet steeds een genot. Het Uddelermeer is ook niet vlak bij huis; aan een eigen zwembad was allang behoefte. En nu hebben de werklozen het gemaakt. Ze hebben het goed gedaan. Eerst uitgegraven; een zwaar werk voor hen, die handenarbeid niet gewoon zijn, zoals kantoorbedienden. Maar allen pakten aan, blij wat te doen te hebben en iets te wrochten, waar later komende kampen genot van zouden hebben. Terloops zij hier opgemerkt, dat hier geen werk is verricht in concurrentie met de vrije arbeidsmarkt. Waren er geen werklozen in het kamp geweest, dan zou het bad zeker achterwege zijn gebleven, zodat voor de kampeerders de maatschappelijke ontwrichting iets goeds heeft. 
Beton en bewapeningsijzer zijn aangebracht op vrachtauto's, hoe deze zich door het mulle zand hebben kunnen worstelen, zal wel eeuwig een geheim blijven maar verder deed de jeugd alles zelf. Zij mengde het beton met de hand, zand is er voldoende, boog het ijzer over een buigtafel, in elkaar getimmerd uit brokken van een oud ledikant. Het zwembad is nu vrijwel gereed, aan het afpleisteren wordt de laatste hand gelegd en weldra zullen de jongens kunnen zwemmen. Water van een zeer goede kwaliteit is er te over; het wordt opgepompt met een Amerikaanse windmolen, die in de buurt buiten gebruik stond en voor een prikje is gekocht. Werklozen stellen haar af. Een volledig stelsel van verversing, het vuile water vloeit in putten, is ook gemaakt, nu komt er een dijkje om, waar van het zonnebaden is te genieten. Zo is er dus nuttig werk verricht; verder staat verbetering van de weg naar Ermelo op het programma. De kampleider heeft ons de omgeving laten zien; zestien slaapbarakken, een eetlokaal met keurige keuken en een ontspanningskerkzaal. Wat die kerk betreft, zij is geheel vrij, wie niet wil, gaat niet. Katholieken kunnen te Putten ter kerke. (Aant. Het eerste Katholieke kerkgebouw in Ermelo dateert van 1963. Gedurende de Eerste Wereldoorlog stond op de plaats waar nu het Arie van der Meijdenplantsoen is de ‘Kapelloods’, een houten noodkerk waar R.K. diensten werden gehouden ten behoeve van de Belgische vluchtelingen.) 
De dagverdeling is zo, dat er vier uur wordt gewerkt en wel 's morgens; opstaan zes uur, werken van half acht tot half tien en van tien tot twaalf. Voor het werk ontbijt; in de rust koffie en brood; na het werk, om één uur, middagmaal dat, wij hebben er ons van kunnen overtuigen, van uitmuntende kwaliteit is. De werkuren kunnen, bij zeer slecht weer, wat worden veranderd. 's Middags sporten of wandelen; 's avonds muziek of voordracht door de jongens zelf. 
Nog een paar bijzonderheden. De ‘eerste officier’ wordt bijgestaan door de kampcommandant, een technisch leider (een ingenieur), een sportleider en een dokter. Voorts zijn er twaalf tentcommandanten, die worden gekozen uit de kampeerders, of studenten zijn. Onder de tentcommandanten is een neger, werkloos kantoorbediende, die zeer intelligent is en die de muziekavonden met ongeëvenaarde toewijding leidt; voorts doceert hij Engels. Zulke krachten zijn wat waard! De meeste kampeerders zijn Amsterdammers; er zijn echter ook Rotterdammers en Zaankanters bij; van ‘locaal patriottisme’ is geen sprake! Onder de werklozen tussen 18 en 30 jaar vindt men jongelui van allerlei slag; ook HBS’ers en MTS’ers.

Even terug in de geschiedenis

1943. In 1843 bevatte de gemeente Ermelo de dorpen Ermelo, Nunspeet en Elspeet, benevens de buurtschappen Drie, Hoophuizen, Horst, Houtdorp, Hulshorst, Leuvenum, Oosteinde, Speulde, Staverden, Telgt, Tonsel, Veldwijk, Vierholten, Westeinde en de Zoom. Ook waren er de landgoederen Den Essenburg, Leuvenum en het ten deele gesloopte kasteel Staverden, dat in 1841 in een fraai landgoed werd herschapen.
Ook waren bekend het Speulderbosch, het Elspeterbosch, het Vierholterbosch en het Leuvenummerbosch. Verder waren er de adellijke huizen Hulshorst en Zeeburg, de kloosters Emaus en St. Jurian, de Kommanderij van de Orde van St. Jan en de Duitsche Orde, ’s Heerenloo. Een derde van de gemeente bestond uit woeste grond.
De totale oppervlakte van de gemeente was 2040 ha. Er stonden 584 huizen met 751 gezinnen, ongeveer 4000 inwoners die hun bestaan vonden in landbouw, veeteelt en houthandel. Er waren twee papierfabrieken in Ermelo en één in Nunspeet.
Op 20 personen na waren alle inwoners nerderlands hervormd (NH). In iedere plaats stond een kerk. Er woonden slechts 15 R.K-ers. Iedere plaats en Leuvenum hadden een school met totaal 380 leerlingen. De school in Ermelo dateert van 1832.
In 1933 bestond de bevolking in de gemeente Ermelo uit 15.359 zielen. 66% was NH, 33,3% Ger. en 1,2 % RK en 3,5 % zonder kerkgenootschap.
In de kom van het dorp stonden 38 huizen, de buurten Tonsel, Veldwijk, Horst, Telgt, Speulde, Staverden en Leuvenum meegerekend 200 huizen en 1400 inwoners, die op 7 na, allen NH waren.
Veel aandacht trekken te Ermelo de verschillende stichtingen. Met in de jaren (19) dertig ongeveer 1500 verpleegden.
Ermelo is ook door het grote vreemdelingenverkeer in het vaderland ruim bekend geworden. Velen hebben er van de natuur genoten en hebben zich er hersteld.’

Oud Groevenbeek

Een tweetal kilometers noord van Putten, in de gemeente Ermelo, ligt het landgoed Oud Groevenbeek.
In de 19e eeuw kon men voor een ‘appel en een ei’ een stuk woeste grond, zoals in die tijd nutteloze heidegebieden werden genoemd, kopen. Vervolgens moest het gebied worden ontgonnen en de grond vruchtbaar gemaakt met mest voor akkers en werden bomen aangeplant.
Vanzelfsprekend moest er ook op het nieuw te vormen ‘landgoed’ worden gewoond.
In 1846 kocht ene Jongeneel een dergelijk stuk grond en zo ontstond Oud Groevenbeek met een landhuis en twee boerderijen.
In 1900 verscheen, na afbraak van het bestaande, het huidige, in Jugendstil opgetrokken, landhuis.
De villa kon zich in het geheel met eigen voorzieningen ‘staande’ houden met o.a  een gasfabriek(je) en watertoren.
Helaas hebben de monumentale meer dan 150 jaar oude, rode beuken, die op menig plaatje zo ‘zicht’ bepalend waren, in het begin van de 21e eeuw het leven gelaten.
In 1968 kwam het landgoed in bezit van Natuurmonumenten.

 

Voorjaarskleuren op de Groevenbeekse Hei en op het landgoed Oud Groevenbeek (lente 2017 - 15 mei)

‘Nieuw Groevenbeek is een particulier landgoed, gelegen tussen Putten en Ermelo. Op het landgoed liggen een boerderij, schaapskooi en 16 huizen. De meeste huizen zijn aan het begin van de 20e eeuw neergezet. 
Nieuw Groevenbeek is sinds 1895 in bezit van (de afstammelingen van) het echtpaar Vos-Jongeneel. De familie heeft het bezit ondergebracht in een stichting, met als doel het landgoed als geheel te behouden. 
Sinds eind 2007 is geheel Groevenbeek een beschermd dorpsgezicht. Bijzondere elementen van Nieuw Groevenbeek zijn het lanenstelsel en de architectuur van de houten huizen. Nieuw Groevenbeek is voor het grootste gedeelte openbaar toegankelijk.’
Het is de enige goed bewaarde vakantienederzetting uit de beginperiode van het Veluwse toerisme en recreatie. 
1913: ‘Op Nieuw-Groevenbeek verrijzen ieder jaar een of meer villa’s of villatjes die des zomers steeds alle worden bewoond. Zoo langzamerhand wordt het daar een heel villapark.
Wanneer wordt van uit Putten eens het initiatief genomen tot het bouwen van zulke zomervillatjes in het Putterbosch, dichter bij ’t dorp? 
Nieuw-Groevenbeek strekt tot voorbeeld en bewijst dat een dergelijke exploitatie uit kan en succes heeft.’ (letterlijke tekst)

Tijdens een wandeling op het prachtige, lommerrijke landgoed ‘Nieuw Groevenbeek’ waan je je in een omgeving, die doet denken aan het begin van de vorige eeuw. Er staan huizen die hun oorsprong vinden in één van de eerste vakantienederzettingen van het Veluwse toerisme


Nieuw-Groevenbeek: ‘De natuur van toen’ in twee oude ansichten en ‘de natuur van nu’ in hedendaagse foto’s. De tijd heeft er stilgestaan zo lijkt het totdat het lawaai van het verkeer op de Putterweg je tot ‘bezinning’ brengt.


1923: ‘De N. V. Nieuw-Groevenbeek, gaat publiek verkoopen: 
Het gunstig a. d. Rijksstraat gelegen, om zijn natuurschoon gerenommeerd Landgoed Nieuw-Groevenbeek, omvattende de landhuizen: 
De Zwaluw, Bloeimaand, Vatiëtas, Op de Hoogte, 1905, Multum in Parvo, De Meerle, Ons Huisje en ’t Wildebosch.’
2017: Deze huizen staan er nog steeds en hebben op één na, nog dezelfde naam. 

Ermelo, toen en nu

Het is moeilijk om een keus uit honderden foto’s te maken, waarop het verleden kan worden vergeleken met het heden.
De eerste foto is van het Zendings- of Witteveenkerkje aan de Harderwijkerweg.
Op 22 september 1859 wordt de eerste steen voor de bouw van de Zendingskerk door Witteveen gelegd en in de eerste week van mei 1860, tijdens een zendingspreek, ingewijd, 
terwijl de eerste dienst op eerste kerstdag van dat jaar werd gehouden.
Op de gevel stond te lezen:’De Geest en de Bruid zeggen, Kom’ en boven de toegangsdeur: ‘Ziet, Hij komt met de wolken’, geheel boven de tekst in het Hebreeuws.
Lees het verhaal over Witteveen in ‘Ermelo in ’t Vierkant’, deel I, geschreven door Jan Garritsen.

Algemene bekendheid genoot het in 1887 gebouwde hotel de ‘Veluwe’ van P. Bakker aan de Stationsstraat (zie foto’s tweede rij), in de eerste jaren heette het ‘Hotel Wildeboer’, daarna kwam het in handen van de ‘Erven Verhoef’, beter bekend als de ‘Kindertjes Verhoef’;
`1905: ‘Hotel Pension ‘de Veluwe’, Ermelo.
Degelijk Zomer-Pension, Frissche ruime Zit- en Slaapkamers, Tuin en waranda’s. Nabij dennenbosschen, 10 min. v/h Station. Pensionsprijs bij overeenkomst. Annexe Stalhouderij.
Aanbevelend, De Erven Verhoef, eigenaars.’

Pension ‘Avanti’ (derde rij foto’s) van Wed. H. J. Schetzer Hengeveld lag (ligt) aan de Berkenlaan. Al ‘rijmend’ trachtte de eigenares de pensiongasten naar binnen te verleiden:
‘Zoekt ge op de Veluwe een tehuis,
Comfortabel als bij u thuis?
Waar alles is even keurig en net
En ge kunt rusten in ’n heerlijk bed?
Waar ge overdadig en lekker kunt eten?
Dan moet ge PENSION AVANTI niet vergeten.’
 ‘Avanti’ was aanvankelijk vanaf 1917 bekend als rusthuis ‘Jeruël’ van de ‘Stadsevangelisatie Vereniging’ uit Rotterdam. In 1940 werd aan de Berkenlaan 3 modezaak de ‘Golden Lady’ gevestigd,

Een gerenommeerde boekwinkel (vierde rij foto’s) in Ermelo,‘Riemer en Walinga boekenverkoopers’, gevestigd in het voormalige, in 1900 gebouwde hulppostkantoor, dat in 1911 als winkelfunctie begon met de verkoop van boeken. En dat tot op de dag van vandaag nog steeds doet in een sfeervolle ambiance.

De laatste foto’s geven het beeld hoe men ‘toen en nu’ de Stationsstraat vanaf het station inliep/inloopt

 

 

Horsterweg Ermelo

Hieronder wordt een beeld geschetst van de Horsterweg, toen en nu.

De eerste foto links boven, ‘Driesprong Horsterweg Ermelo’, is van links naar rechts de Eikenlaan, de Horsterweg en de Torenlaan, terwijl de inrit naar de Badhuisweg ook nog te zien is. De rechter foto geeft de huidige situatie weer.
Op de tweede rij de riante villa vanuit de Eikenlaan rechts af de Horsterweg op. Het huis heeft twee schoorstenen ingeleverd. De boom links op de voorgrond staat er nog steeds.
Op de ansichtkaart daar onder is te zien dat men rechtstreeks van de Lelielaan en de Burgemeester Vitringalaan de Horsterweg op kon. Het middelste huis heeft een verbouwing ondergaan of er is sprake van nieuwbouw.
Op de vierde rij foto’s kijkt men vanaf de Horsterweg naar de Lelielaan en de Burgemeester Vitringalaan. De bomenrij aan de rechterzijde van de weg zijn verdwenen.
De laatste foto’s geven het beeld van de splitsing Wilhelminalaan en Horsterweg, met aan de linker zijde op de ansicht de rood-witte waarschuwingspaal voor een spoorwegovergang.

 

Kris-kras door Ermelo

Onderstaande foto’s zijn ‘kris-kras’ door Ermelo genomen.
De eerste  geven een kijkje in de Berkenlaan vanaf de Dennenlaan. Vroeger een zandpad met alleen aan de linkerzijde huizenbouw.
Op de hoek van de Stationsstraat met ‘t Abdij en de Torenlaan kijkt men in de richting van de Horsterweg met rechts de fotostudio - anno 2016 een schoenmakerij - en de nog bestaande huizen. Links is het straatbeeld onherkenbaar in vergelijking met 2016. Daar was eens de garage van Rikkers en Gijsbertsen, later Versteeg met twee brandstofpompen voor de deur en aan de overkant een ‘sigarenboer’, het bord ‘Schimmelpenninck’ (?) is op de gevel waarneembaar, waar nu een stomerij/wasserij is.
Eronder de Stationsstraat, waar anno 2016 de damesmodezaak ‘Golden Lady’ is gevestigd. Dit in 1886 gebouwde pand was in 1938 gemeentekamer en hulpsecretarie en achter dit gebouw bevonden zich de cellen voor arrestanten.
De vierde rij geeft zicht op de kerk vanuit de Torenlaan, toen en nu.
De laatste foto’s zijn van de ‘Plas Van Beek’, waarvan wordt beweerd dat deze is ontstaan door een verkeerde ‘heide-afgraafmanoeuvre’ van Nuy van Beek.

 

 

Een studie over de ‘winkelstand door de jaren heen’ van de Stationsstraat heeft veel informatie opgeleverd. Geïnteresseerden kunnen over verdere informatie via het contact formulier altijd een beroep op mij doen.

De ‘even’ zijde van de Stationsstraat van nr. 50 – 64. (onder foto’s van toen en nu).

1938: Garage Aalt Bakker (nr.50, oud Ac 39), taxicentrale. 1947: A. Bakker en zoon,
Zieken, rouw- en luxe vervoer. Anno 2014 onder de slopershamer verdwenen.
Bij de afbraak ontdekte men restanten van een boerderij uit 10e, 11e of 12e eeuw.
Op deze locatie kwam ‘De Herbergier’, een kleinschalige woonvorm voor demente ouderen.
1940. Jan Huiskamp vestigde zich er met zijn schoenenwinkel, schoenmode voor iedereen.
Anno 2014: banketbakkerij Maassen, daarna lunchroom Knevel.
56. Ac36. 1938: Martina van Aller. 1951 J. H. Dekker opende zijn manufacturenmagazijn ‘’t Anker’, tevens kleding en stomerij. 1986: juwelier Van Dam.
Anno 2014: gezondheidswinkel ‘Herba’.(nr. 60a).
58. Ac35. 1938: makelaar F. Roelofsen. 1970: Verbouwing en modernisering Slijterij ‘Koopman’ wijnhandel. In 1979 opende mevrouw Kramer haar damesmodezaak ‘Chez Lisette’, in 1982 verliet ze dit pand.
Anno 2014: appartementen.
60. Ac34. 1938: P. Aal. 1950: Dekker-Aal speciaalzaak sigaren en VVV-informatie.
1965: Fa Dekker Aal ‘Een Limburgs Biertje en grote sortering sherry en wijnen’.
1970: sigarenzaak P. Lammerts van Bueren.
1993: Te koop winkelpand met bovenwoning, vraagprijs f. 500.000, -.
1999: Ravotti kleding, Betsy van Pijkeren.
Computerwinkel ‘Matrix’. Anno 2014: bloemenwinkel ‘Flora’. Anno 2016 ‘Elementa’ ICT.
62. In 1907 opende Jan van Doggenaar (1870 – 1935) een rijwielzaak aan de Dorpsstraat, voor die tijd had hij zijn rijwielzaak naast ‘De Oude Kerk’, waar nadien de vishandel Noordhof was gevestigd.
Hij verkocht ook geweren en munitie. Later, naar ik meen in 1922 was Jan van Doggenaar en zoon te vinden op dit adres  als ‘De Eerste Ermelosche Rijwielhandel’. Later werd zijn assortiment uitgebreid met bromfietsen en scooters. In 1970 werd de zaak grondig verbouwd. En voor de deur had hij een benzinepomp. Later heette de zaak het ‘Tweewielercentrum JAVADO’.
Naast JAVADO kwam in 1980 de bakkerij van J. Dooijewaard, die al generaties lang de klanten van brood had voorzien aan de Zeeweg.
Nadien was het pand in gebruik door de rijwielhandel van Adri Mouw.

  

De oneven nummering van de panden bij de boven weergegeven foto’s.

Op de hoek van de Dirk Staalweg was eens ‘Club 5’ te vinden, voorheen textielmagazijn ‘De Til’, horlogerie W. C. de Gans.
1999: “In het hart van Ermelo wordt gestart met de bouw van dit prestigieuze complex van winkels en vijf luxe appartementen”. (winkels 61 en 61a)
Wilma’ zijden bloemen. Leegstand.
61a. winkel van ‘Primera’.
63. 1951: Klaas Jan Jansen, getrouwd in 1951 met Froukje Dragt betrokken in datzelfde jaar deze woning.
A. Tempel Optiek, brillen, lenzen en gehoorapparaten.
65. Aa52. 1938: Saar Jansen, coiffeuse en schoonheidsspecialiste boven drogisterij J. Leusden van Ommen.
1946: A. van de Aar kleding en vermaken van kleding, plisseren, ladders ophalen enz.
1951: De Ermelose Naaimachinehandel. 1953: ‘Het Wolhuis’.
1972 – 1999: makelaardij Geert Postma   
Jo’s look, hair en beauty.
67.1945: R. Flink’s kledingzaak en manufacturenhandel (Atep-winkel).
1951: Posthouwer opende er zijn nieuwe zaak in schoen- en lederwaren vernieuwde zaak.
Ziengs schoenenzaak.

De onderste twee van de hierboven weergegeven foto’s tonen het pand waar voorheen Jonker Mode was gehuisvest.

De foto's hierboven spreken voor zich. De bovenste prenten kijken de toen nog zo genoemde Telgterweg in met aan de linker kant het goed zichtbare 'Hotel Peter'.

BOVEN:

Griffioen

Van de ‘gebroeders Griffioen’ mocht ik een aantal foto’s ontvangen, waarop het pand van Griffioen altijd duidelijk waarneembaar is.
Griffioen was niet alleen één van de bekendste winkels in Ermelo maar ook een begrip, zoals zij dat zelf eens omschreven:
“Ook al behoren we dan tot de oudste echte Ermelose winkels, dan betekent dat nog niet dat de tijd stilstaat op Stationsstraat 91. Een eigentijds assortiment van duizend-en-één dingen voor huis & tuin maakt winkelen bij Griffioen aantrekkelijk! En daarbij bieden wij nog ouderwetse service. Dat past toch helemaal in uw straatje?''

Foto 1: op de nog onverharde Stationsstraat met de toen nog afgebakende voortuintjes komt een paard en wagen tegemoet. Aan de linker kant is nog nauwelijks bebouwing.
2: de straat is verhard, de linker kant is vol gebouwd. Telefoonpalen en een gaslantaarn zijn te zien en het bekende trapgevelhuis rechts.
3: de prachtige panden links zijn helaas voor het grootste deel uit het straatbeeld verdwenen.
4: rechts een fietsenrek met ‘De Ster’ en links een bord met ‘Toko’.
5: aan de nog onverharde weg geen straatverlichting en telefoonpalen; links nog onbebouwd.
6: rechts ‘De Ster’ en ernaast een tekening van een uil en de naam J.J.Loot. Voor de deur ligt nog grind. Opvallend is ook de kastanjeboom bij Griffioen.

ONDER:

Foto 1: Het postkantoor moet nog worden gebouwd en bij Griffioen staat een telefoonpaal voor de deur.
2: het postkantoor is nog maar net opgeleverd, de tuin ervoor moet nog worden aangelegd en aan de telefoonpalen is de straatverlichting aangebracht.
3: op het fietsenrek voor het postkantoor is te lezen: ‘muziekhandel, stemmen verhuren repareren’. Bij Griffioen staat opzij van het huis een kastanjeboom en is nog te lezen ‘haarden’, rechts ernaast een brilreklame.
4: Een reklamebord van Gero en aan de overkant van Chefarine 4 en naast Griffioen El-Mior overhemden.
5: de boom bij het pand van Griffioen is verdwenen en de winkelruimte is aanzienlijk vergroot.
6: er staat een bakkerskar voor de deur bij de drogisterij. Het is duidelijk te zien dat het destijds een straat met woonhuizen en afgepaalde voortuintjes was en slechts een enkele winkel. Met een ‘woud’ aan telefoonpalen.



De Dennenkamp

Ik heb een zeer uitgebreide studie van de wijk de ‘Dennenkamp’ gemaakt. Vanaf het prille begin van het bestaan, waarbij de aan- en verkoop van de percelen, de bouwtekeningen, de eerste en latere huiseigenaren, de beschrijving en een foto van elk pand en dat alles vervat in een genealogisch kader met bijzondere verhalen enz. enz. aan bod komen.
Het boekwerk is te lijvig om in deze site op te nemen.
Belangstellenden kunnen contact met mij opnemen.
Onder een eerste kennismaking.

In de (oorspronkelijke) ‘Dennenkamp’, verreweg de oudste wijk van Ermelo, zijn een tweetal straten, de Vondellaan en (een deel van) de Da Costalaan.
Drie en vijftig vrijstaande ‘onderkomens’, waarvan 6 aan de Harderwijkerweg, 12 aan de Da Costalaan en 35 aan de Vondellaan, variërend van een eenvoudig optrekje tot een villa van klasse. Een enorme verscheidenheid in bouw, kenmerkend voor deze wijk.

In 1904 werd in de krant de volgende advertentie aangetroffen:
‘Veiling van Bouwterreinen en Dennenbosch te Ermelo.
Notaris Hoffmann zal op Dinsdag 17 Mei 1904 bij inzet en op Dinsdag 31 Mei 1904 bij toeslag, telkens voormiddags 11 uur in het Café Verhoef te Ermelo, publiek verkoopen: voor den Heer H. G. Keppelhesselink,
No. 1. Het dennenbosch
Genaamd ‘Dennenkamp’, kadaster Ermelo Sectie E  No.316, groot 8 hectaren, 36 aren, 30 centiaren; zeer gunstig gelegen aan den Rijksstraatweg bij het dorp Ermelo, tegenover Villa ‘Dennenhoek’.’

Met de ontginning van de grond en het bouwrijp maken werd in 1917 een aanvang gemaakt.
Op woensdag 22 augustus 1917 stond de volgende advertentie in de krant:
‘Door De Maatschappij ‘Gelderland aan Zee’ werd besloten zoo spoedig mogelijk over te gaan tot het bouwen van drie gemeubileerde landhuisjes (Opm. de nog steeds bestaande woningen Da Costalaan 3, Vondellaan 5 en 40) op de ‘Dennenkamp’ alhier, gelegen aan den Harderwijker Straatweg.’
In 1916 was de bouwmaatschappij ‘Gelderland aan Zee’ opgericht, welke zich ten doel stelde landhuisjes te bouwen, te verkopen en te verhuren. Als commissarissen waren benoemd de heren W. W. Hopperus Buma te Harderwijk, F. Kortlang J. eZn, directeur van ’s Heerenloo, J. W. Mekking, directeur van de handels- en landbouwbank te Gorinchem en dr. C. Moolhuizen, geneesheer van ’s Heerenloo.
De directeur was, de architect Johannes Evert Wilhelm Gijsbrecht Kortlang (Velp 1888 – Apeldoorn 1945), zoon van de bekende, hierboven reeds genoemde Fokko Kortlang, directeur van ’s Heeren Loo en lid van de Provinciale Staten van Gelderland.

Het heeft er alle schijn van dat de verkoop van de landhuisjes en bouwkavels in de beginjaren van de wijk niet zo succesvol was.
Een advertentie uit 1918:
‘Voor deftigen stand. De N.V. Gelderland aan Zee biedt op haar terrein de Dennenkamp te Ermelo aan artistiek gebouwde landhuisjes, koopsom met plm. 3000 m2 grond f. 10.500 , -
Ook bouwterreinen te koop.’

Als zich geen koper meldt dan maar een poging om de huisjes te verhuren:
‘Ermelo (Vel.) voor het zomerseizoen of langer te huur 2 gemeubileerde landhuisjes.’
 Een advertentie uit 1923:
‘Ermelo (Vel.). Gezond, hoog en malariavrij oord. Getemperde zeelucht. Prachtig natuurschoon. Goede spoorverbindingen. Autodienst Nunspeet – Amersfoort v.v.
Lage belasting. Gas (zeer binnenkort). Waterleiding (hoogstwaarschijnlijk zeer spoedig)
Uitstekende onderwijsinrichtingen (lyceum, huishoudschool enz. in onmiddellijke nabijheid)
NU nog zeer mooi gelegen bouwterreinen te koop in het landhuispark ‘de Dennekamp’ ‘.

Ook uit 1923:
‘Ermelo (Vel.) Schitterend gelegen bouwterrein te koop op landhuispark ‘De Dennekamp’. Nu nog 1 – 2 gulden per m2.
Koopt nu, bouwt of  reserveert uw bouwterrein! Voortdurende enorme stijging der grondprijzen! 1917 was het nog f. 0,06 per m2.’

In 1923 verscheen het eerste bestemmingsplan van de Dennenkamp (uitvoering RB van 29 juni 1928 en RB nr 13 van 28 oktober 1928).
Opvallend is het niet gerealiseerde verbindingsweggetje tussen Vondel- en Da Costalaan.
De op de kaart voorkomende woningen zijn: 620 Vondellaan 40, 621 Da Costalaan 3, 622 Vondellaan 5, Vondellaan 30 en 34, Harderwijkerweg 20, 22, en 28.

Oranjehotel

Aanbevolen werd het ‘Oranjehotel’ (brandde op 1 september 1934 door kortsluiting af) van de heer F. J. Wiedenhoff tegenover het station, voordien geheten hotel-pension-restaurant ‘Veldwijk’.
In 1900 staat in de tekst van een advertentie: ‘Ondergeteekende F. G. Poptie heeft de eer het pensionzoekend publiek zijn geheel nieuw gerestaureerd Hotel beleefd aan te bevelen.’ (hotel ‘Veldwijk’) 
Frans Gerrit Poptie was ook de uitbater van hotel-pension ‘Orange Mecklenburg’ in Tonsel bij Harderwijk.

In juli 1906 werd hotel ‘Veldwijk’ in exploitatie genomen door Herman Leonard Kamm, Hopma kocht het hotel in 1911 ondershands en deed het weer van de hand in 1918, althans hij deed een poging, want het is zeer merkwaardig te noemen dat in datzelfde jaar ‘‘hotel Hopma’ in publieke veiling door de heer Hopma voor f. 18300, - is aangekocht.’ De mogelijkheid dat het een broer of een ander familielid is, sluit ik niet uit.
Per 1 mei 1919 werd het hotel ‘Clasie’ en een jaar later werd het weer verkocht.

Drie van de vier bovenste foto's geven een kijkje de Stationsstraat in in de richting van de kerk.

Het geheim van de weckflessen van Hendrik Zoet.

Op 5 januari 2017 ontving ik onderstaand bericht van de in Houtdorp woonachtige René van Beek:
“Ik las gisteren het artikel in het Ermelo’s Weekblad over uw bezigheden met het verleden.
Nu wil het feit dat de opa van mij vrouw in 1951 tijdens de verbouwing twee weckflessen heeft verstopt in de Oude Kerk van Ermelo.
Hij was daar organist.
Tijdens de laatste verbouwing in 2013 is er één weckfles gevonden met verschillende foto’s en beschrijvingen van Ermelo rond 1951.
Als u het denkt dat het wat is voor u dan hoor ik het graag. U mag het ook altijd vrijblijvend inzien”.

Mijn belangstelling was gewekt en ik begaf mij naar Houtdorp, waar René geboren en getogen is.
De grootvader van zijn vrouw was de in 1888 te Ermelo geboren Hendrik Zoet, die naast zijn werkzaamheden ‘op kantoor van de Stichting als klerk’, in 1951 40 jaar organist en klokkenist bij de Oude (en Nieuwe) Kerk in Ermelo was.
Hendrik Zoet borg in een tweetal weckflessen tijdens de restauratie van de Oude Kerk in 1952 naast een aantal documenten over zichzelf, zijn gezin en werk als organist/klokkenist, ook andere documenten en een vijftiental ansichtkaarten op, alsmede een kop en schotel van één van zijn dochters, een tinnen soldaatje, een koperen gewichtje, een stukje zeep van ‘De Vergulde Hand’ enz.
Bij het openen van één van de weckflessen in 2013 kwamen deze zaken tevoorschijn en werden deze door de gemeente in beheer genomen terwijl er in boekvorm een gelimiteerde uitgave met de naam ‘Tijdscapsule in de Oude Kerk’ aan o.a. de kleindochter van Hendrik Zoet werd uitgereikt. Dat exemplaar mocht ik enige dagen inzien.

Bij het doornemen ervan kwam ik een aantal interessante opmerkingen tegen. Hendrik Zoet presenteerde zich als historicus.
In januari 1952, zo vertelde hij, kwam het ‘electrisch spoor’ in de plaats van de stoom- of kolentrein. En er was veel gekrakeel in Ermelo over het stichten van een rusthuis. Men kon het moeilijk eens worden met elkaar. En tenslotte ‘men’ maakte zich ernstig zorgen over de onrust in de wereld.

Een deel van de ansichtkaarten ken ik en geven een duidelijk beeld van ‘Ermelo toen’. Het komt mij voor dat er nog nauwelijks personen zijn die zich deze plaatjes kunnen herinneren.
De opschriften van links naar rechts:
Ned. Herv. Kerk met Toren, Panorama Ermelo,
geen opschrift, Ermelo kruispunt Wilhelminalaan Julianalaan,
geen opschrift, Beukenlaantje Ermelo,
Ermelo Chevalierlaan, Viersprong Julianalaan.

 

Oud Ermelo

Laat ik eens wat meer tijd besteden aan het ‘echte Ermelo’, zoals het eens begon.
Een citaat van een bericht uit 1906: ‘De eenzame buitenplaats van vroeger, Veldwijk, is thans een flink dorp geworden. Door Veldwijk heeft ook Ermelo in de uitbreiding gedeeld, waar vroeger heide en bosch was, is nu een nieuw dorp ‘Nieuw Ermelo’ verrezen.’
Men sprak in die jaren over ‘Oud Ermelo’ en ‘Nieuw Ermelo’, met als centrum de Dorpsstraat, nu Putterweg.

Ermelo (lees Oud Ermelo) was een dorp van niets, een kerk, een molen, een herberg o.a ‘De Roskam’ van Hendrikje Bosch met haar ‘partner’, ene De Koning, waarvan kwaadwillige tongen beweerden dat hij een bastaard-zoon van koning Willem III was.’
In 1908 werd ‘het nieuwe café in gebruik genomen, terwijl de in aanbouw zijnde stalhouderij spoedig gereed zal zijn.’
Het café lag tegenover de Ned. Hervormde Kerk, Putterweg 43 en had voor de deur vanaf 1928 een VAD-halteplaats.

Naast ‘De Roskam’ het in februari 1930 geopende sigarenmagazijn ‘Sumatra’ van J. Westeneng, Dorpsstraat A 29 (Putterweg 21), dat in 1961 geheel werd vernieuwd en tot 1989 door Westeneng werd ‘gerund’. Daar waar eens deze winkel te vinden was, staat anno 2013 het appartementencomplex ‘De Kloostertuin’.
En even verder het pension van de familie Luchtenburg, enkele huizen en boerderijen, en een weitje, nu ‘het Weitje’, waar vroeger het vee van het Huis van Barmhartigheid liep. Nog enkele ‘neringdoenden’ en dat was de ‘dorpskern’ van Ermelo

 

De Dorpsstraat aan de linker kant (onder)

Het oudste Ermelose pension schijnt pension ‘Luchtenburg’ aan de Dorpsstraat (tegenover het ‘Weitje’) te zijn geweest, schuin tegenover de dorpspomp. En links ervan was de smederij van Van Boeijen, later garage Gijsbertsen, Timmer en Mulder. Later opslag Leger des Heils.

Toen de oude bebouwing, daar waar nu ‘De Schout van Ermelo’ (A54 en A55, voorheen brood en banket van Visser, Huizenga, ‘De Lindehoek’ en ‘Onder de Linde’) en ‘Kastanjeborg’ staan, ter ziele ging, is de ‘Eierhal’ (nr A58 (nr 7)) , beter bekend als de ‘Dorpshal’, gebouwd. Op de ruimte voor dit gebouw werd vanaf 1930 de wekelijkse markt gehouden, voorheen vond deze vanaf 1921 plaats op het veld waar nu het ‘Arie van der Meijdenplantsoen is.  

Op nr A59 (nr 9-11) was eens ‘Radio Posthouwer, nr 17-19 makelaardij Van Duinen, nr 21 sigarenmagazijn van Westeneng, nr 23 Vrijhof  kleding, nu Wen M.

Even verder stond sinds 1832, op de hoek van de Dorpsstraat (Putterweg)/Hogewal, de eerste school (nr A25 (nr 27) in Ermelo, die uit één klaslokaal bestond. De school was destijds gesitueerd op het ‘open terrein’ waar later jaarlijks de ‘boeldag’ werd gehouden.
Deze school is in gebruik gebleven tot 1888. Op dezelfde plaats werd een nieuwe school gebouwd die in 1963 is afgebroken.

De Dorpsstraat aan de rechter kant (onder)

Aan de rechter kant van de Dorpsstraat (Putterweg) ‘het Weitje’, waarop niet alleen vee liep te grazen, maar waar ook festiviteiten plaats vonden (vinden).
Aa77, nr 2. A. Jansen,  Pension Riesen,  ‘De Witte Herberg’.
Aa78, nr 4. 1938 banketbakkerij J. Boele(n). Boelens bakkerij.
Aa78a. B. H. Beerdsen.
En ‘schuin tegenover’ de school aan de Putterweg vestigde zich in 1930 op nr Aa 80 (Putterweg 10) de kruidenier Willem Hoek. M. de Boer levensmiddelen. Keukencentrum BIMO.
Aa81 en 82, nr. 12. J. van de Vis (1938). 1957: lunchroom ‘Oud Ermelo’. 1970: De Ruiter
en Van Os centrale verwarmingsbedrijf.
Aa83 en 84, nr. 14 Wed. Posthouwer (1938). 1956: vishandel J. Noordhof. 1988 “De Hoeve’.
En dan stond er nog een oude, uit Nijkerk afkomstige, tabaksschuur Aa88, nr. 22, die als timmerbedrijf dienst deed voor de gebroeders Van den Berg.
Aa203, nr 24. Pastorie Ned. Herv. Kerk.