Lookaround
/

Nostalgie in woord en beeld

 

 

Geboorte prinses Juliana

1909. Ook in Uddel is opgewekt feest gevierd ter gelegenheid van de geboorte van H. K. H. Prinses Juliana.
De Harmonie van Apeldoorn verleende daartoe welwillend hare medewerking. Het begon met een optocht der schoolkinderen die door de versierde buurtschap trok.
De voorzitter van de feestcommissie bracht de heugelijke gebeurtenis ten Paleize in herinnering en wekte allen op vroolijk en waardig feest te vieren. Daarna werden vaderlandsche en andere liederen gezongen.
De schoolkinderen werden vervolgens ruimschoots onthaald.
In het middaguur hadden verschillende spelen om prijzen plaats, o.a. wedloop op handen en voeten voor jongens der hoogste klassen, aardappelwedloop voor meisjes der hoogste klassen, hardloopen, turfrapen, krentenbroodjeswedstrijd, ringsteken voor jongens en mannen boven de 16 jaar.
Een warmen dank aan de feestcommissie die alles zoo flink organiseerde.

Het werklozenvraagstuk

Augustus 1929: In 1927 heeft de koningin welwillend beschikt op een verzoek van de buurtvereniging te Uddel, om bij wijze van proef 10 ha driestgronden (braakliggende grond) beschikbaar te stellen, teneinde deze geschikt te maken voor het telen van landgewassen.
Het werklozenvraagstuk was aan dit verzoek niet vreemd en men wilde de mogelijkeid onderzoeken of op deze wijze de inkomsten voor de behoeftige gezinnen konden worden vermeerderd. De leiding van de ontginningen berusttte bij het hoofd van de school, de heer K. W. Boelen te Uddel, tevens landbouwonderwijzer.
De proef slaagde zó uitstekend, dat het volgend jaar in het geheel 30 ha in bruikleen werd afgestaan, waarvan ieder gezinshoofd ongeveer 1 ha in bewerking kreeg. De oogst was het vorig jaar buitengewoon, ook tot tevredenheid van de koningin, die zich meermalen persoonlijk van de mooie stand der gewassen kwam overtuigen
“Dezer dagen hebben wij gaarne voldaan aan de uitnodiging van de heer Boelen om de resultaten van dit jaar in ogenschouw te nemen. Deze waren in één woord schitterend. De rogge, waarmee men aan het oogsten was, de rijpende haver, de aardappelen, bieten en koolrapen, alles stond er prachtig bij. De bieten hadden veel geleden van de bietenvlieg, doch hadden zich geheel hersteld. Verschillende proefvelden waren aangelegd voor het chili-syndicaat in Den Haag en duidelijk viel waar te nemen, hoe precies de stand der gewassen reageerde op de toegediende hoeveelheid. Het vorige jaar had men een proef genomen met het aanleggen van grasland en het is ongelooflijk, hoe thans het tweejarige grasland er voor staat. Men was juist bezig de tweede snede te maaien en menig weide-bezitter van de lage gronden langs de rivier zou jaloers kunnen wezen op zo’n oogst.
De rijkslandbouw-consulent gaf dan ook zijn volle tevredenheid te kennen en kon zich overtuigen hoe zijn methode hier toepassing vond en op prachtige wijze werd gedemonstreerd. Hierbij komt, dat de boeren uit de omtrek dit voorbeeld gaan navolgen en zich meer gelegen laten liggen aan grondonderzoek, ontginningsziekte en kalktoestand van de bodem. Vele landbouwwintercursussen maken excursies naar Uddel en vooraanstaande personen op landbouwgebied komen hier een kijkje nemen.
Dit jaar is een eerste proef genomen met de tuinbouw en deze is uitstekend geslaagd, ondanks de ongunstige omstandigheden, n.l. koude, gevolgd door droogte. In hoofdzaak bepaalde men zich tot het telen van pronkbonen en aspergieboontjes en deze staan prachtig; met de pluk is reeds een aanvang gemaakt. Een afzetgebied hiervoor werd gevonden aan de conservenfabriek van de heer Blom te Doetinchem, die alle mogelijke medewerking verleende.
Het was noodzakelijk dat voor deze groententeelt enige practische kennis werd opgedaan en ook hiervoor verschaften de koningin en de intendant van het koninklijk domein het Loo, jhr. Van Suchtelen van de Haere, de gelegenheid, door twee werklieden uit Uddel enige maanden te laten arbeiden in de koninklijke moestuin op het Loo. Deze mannen fungeren nu te Uddel als voormannen en het is een lust met hoeveel ijver men zich toelegt op dat werk, dat geen andere bedoeling heeft dan een intensievere bouw met minder grond te krijgen. De rijkstuinbouwconsulent ir. D. Bloemsma, gaf hierbij zijn aanwijzingen en ziet die thans met succes bekroond.
De koningin bracht al spoedig na haar terugkeer van Soestdijk een bezoek aan deze nieuwe tuinbouw-proefvelden. Met voorafgaande kennisgeving aan de heer Boelen hebben belangstellenden gelegenheid, een en ander te bezichtigen.”

Die verbondenheid van de koninklijke familie met de Uddelse gemeenschap bleek ook uit het gezamenlijk vieren van het jaarlijkse kerstfeest.
1928: Evenals vorige jaren hebben de koningin en prinses Juliana de bewoners van Uddel een aangenaam kerstfeest bezorgd.
Prinses Juliana had reeds een gedeelte van haar kerstvakantie besteed aan het versieren van twee kerstbomen, één in het theehuis aan het Uddelermeer en de andere in het verenigingsgebouw van de buurtvereniging Uddel. 
‘s Middags vier uur waren de meisjes van de naai- en breivereniging in het theehuis tegenwoordig, toen de koningin en de prinses per auto aankwamen. De koningin en de prinses gingen voor in het gebed en vertelden een kerstverhaal. Er werd chocolade geschonken en gebak gepresenteerd.
De meisjes zongen kerstliederen en ontvingen een blijvend aandenken, waaronder een pot met bloeiende cyclamen, gekweekt in de koninklijke bloemisterij van het Loo.
Om ongeveer 6 uur was deze bijeenkomst afgelopen, en toen gingen de koningin en de prinses naar het verenigingsgebouw te Uddel, waar de arbeiders hun kerstboom gereed vonden. Ook zij kregen allen een geschenk.
Het mannenkoor onder leiding van de heer K. Boelen, hoofd van de school te Uddel, zong enige liederen.

Mijnhout

1888. Een dennenboschje, gelegen bij het Uddelermeer in de buurtschap Uddel is gekapt om tot hout in de Belgische kolenmijnen te dienen.
‘De eigenaar laat nu den grond omspitten en de arbeiders die dat werk verrichten komen eenige dagen geleden tot de voor oudheidminnaars aangename ontdekking dat ze een klassieke grond onder de voeten hebben. Zoo nu en dan delven gedeelten en scherven van urnen die op een Germaansche afkomst wijzen. De voorwerpen zitten meestal zeer hoog in den grond; een urn werd in ongewonen stand, met den bodem naar boven, gevonden. Jammer dat de zelfstandigheid van den tand des tijds zoo zeer heeft geleden dat de overblijfselen met de grootste voorzichtigheid boven den grond gebracht, onmiddellijk in elkander vallen. Maar toch getuigen de scherven van een zeer hooge oudheid en van een niet van kunstzin misdeeld voorgeslacht.

Smeltende sneeuw

1893. ‘Ten gevolge van den sterken dooi en den bevroren ondergrond baande de smeltende sneeuw van de hoog gelegen Soerensche en Meervelder bosschen en heuvels zich in breeden stroom en dolle vaart en hevig gedruisch een uitweg naar de lager gelegen buurtschap Uddel. Het water drong in stallen schuren, bij enkele landbouwers zelfs in de huizen en kelders. Men hielp elkander huisraad en vee te bergen, zoodat de schade niet groot was; wel in intellectueel opzicht, want gedurende twee dagen kon de schooljeugd den stroom niet passeeren om de school te bezoeken.'

Een theehuis aan het Uddelermeer

1923: “Het Uddelermeer met zijn mooie omgeving, behorend tot het kroondomein, en vooral bekend door, de daaraan aan de noordoostzijde gelegen merkwaardige overblijfselen der oudheid ‘De Hunneschans’ is in de laatste jaren, ofschoon slechts 4 ha groot, een zeer gezocht plekje als doel van uitstapjes van de bezoekers der Veluwe en een geliefkoosde plek voor de kamperende jeugd.
Er ontwikkelde zich daar op kleine schaal een badplaatsleven, maar ongeordend en zeer primitief. Het ligt thans in het voornemen van de koningin om, teneinde te voorkomen, dat de toestand daar ontaardt, tengevolge waarvan dit prachtige deel der Veluwe voor het publiek gesloten zou moeten worden, verbetering in de toestand te brengen door aan het meer een theehuis met restaurant te doen bouwen door de koninklijke houtvesterij Hoog Soeren, welke deze gelegenheid zal verpachten. De pachtsom zal alleen dienen tot dekking van afschrijving op het stichtingskapitaal.
 
Dinsdag is door de koninklijke houtvesterij de publieke inschrijving voor de verpachting gehouden. Vele gegadigden uit verschillende oorden van het land leverden hun biljetten in. Hoogste inschrijver was de heer J. O. Ittman te Nunspeet voor de som van f. 2000, - per jaar; laagste de heer Rusch te Wolfheze voor f. 350, - De gunning is nog aangehouden; de inschrijvers zijn verplicht hun bod 10 dagen gestand te doen. Op 1 mei a.s. zal de inrichting worden geopend. Het voorlopig ontwerp, dat in overleg met de pachter nog gewijzigd kan worden, is gemaakt in de geest van het Apeldoornse theehuis in ‘Berg en Bosch’. Een middengedeelte, opgetrokken uit asbestcementplaten en gedekt met een rieten dak, bevat een tea-room van 10 bij 6 meter. Daarachter liggen de kamer en keuken van de exploitant. De beide hoogvormige vleugels hebben met riet gedekte terrassen, die 14½ meter breed en 3 meter diep zijn ontworpen; de terrasvloeren zullen van trottoirtegels worden. Ook is gedacht aan toiletten en aan bergplaatsen voor fietsen. Het theehuis zal worden gebouwd op ongeveer 60 meter van het meer noordelijk van de grintweg Apeldoorn-Garderen en westelijk van de grintweg Uddelermeer-Uddel op een terrein ter grootte van ¼ ha. De pachter, die geen vergunning mag aanvragen, moet exploiteren ten genoegen van verpachter en tegen matige prijzen consumptie leveren. Het mag ‘s winters gesloten zijn, maar de sluitingstermijn moet in overleg met de koninklijke houtvester (kh) worden bepaald. Het geven van concerten, dansavonden en dergelijke feesten is alleen met toestemming van de kh geoorloofd. Het politietoezicht op de terreinen in de omgeving van het Uddelermeer zal vanwege de kh plaats hebben en zeer verscherpt worden. Het ligt in het voornemen over te gaan tot het bouwen van een bad- en zweminrichting aan het Uddelermeer met baden voor mannen en vrouwen afzonderlijk en ook gemengde baden, terwijl ook de gelegenheid voor gratis baden zal gegeven worden.
De exploitatie van dit badhuis kan eventueel ook aan de pachter van het theehuis worden opgedragen. De uitvoering van deze plannen welke grotendeels dit jaar al verwezenlijkt worden, zal het Uddelermeer met omgeving maken tot een van de meest gezochte attractiepunten op de Veluwe.”

Het meer is, als overblijfsel van de IJstijd, een merkwaardig fenomeen. Na de IJstijd ontdooiden grote stukken bevroren grond, terwijl er zich daaronder nog enorme ijsklompen in de bodem bevonden. Welnu, uit deze klompen zijn het Uddeler- en het Blekemeer, ook wel Prinsenmeer en Koningsmeer genoemd, ontstaan. Langs de oevers zijn riet en biezen te vinden, terwijl, zo werd in 1880 geschreven, waterleliën het wateroppervlak sierden.
Een keur aan planten is te bewonderen, turfmos, tormentil, zuring, gentiaan, zonnedauw, duizendgraan en het vrouwenhaar.
Van het meer naar Staverden over de Uddelermeerweg zijn aan de linkerzijde achter de weilanden o.a. de kardinaalsmuts en de Gelderse roos, ook wel watervlier genoemd, te bewonderen. Deze laatste, Rose de Gueldre, heeft mogelijk de naam te danken aan de riddertijd. In de tijd dat de Gelderse vorsten in hoog aanzien stonden en de bloeiwijze van de watervlier hebben er wellicht toe bijgedragen, dat het een heraldisch kenmerk droeg en daarom in het oudste wapen van Gelderland was opgenomen.
De Veluwe is een lustoord voor de botanicus door de gevarieerde flora van bomen, struiken en planten, een keur aan mossen, varens en paddenstoelen.
De verschillende, voorkomende bodemstructuren van zand, leem, veen, klei en de invloed van (hoeveelheid) water, droogte, licht en standplaats zijn debet aan de ontzaggelijke verscheidenheid van de vele vormen in het Veluwse plantenrijk.

In 1935 is om de Hunneschans en het Uddelermeer een grote prikkeldraadomheining geplaatst.
De bezoekers van het theehuis bij het Uddelermeer en zij, die weliswaar niet het theehuis bezoeken, doch wel bereid zijn een dubbeltje entree te betalen, mogen zich binnen de omheining ophouden.
Ook de zweminrichting in het Uddelermeer blijft tegen toegangsprijs voor het publiek
opengesteld.
De oorzaak van deze maatregelen is gelegen in de verregaande vervuiling en vernieling, welke door het publiek ieder jaar in de omtrek van meer en schans wordt aangericht.
De Hunneschans had in het bijzonder zeer te lijden van parkerende auto's, waardoor de ondergrond van dit historisch natuurmonument door wielsporen werd aangetast.
Het meer had te lijden, aangezien men het riet en de beplanting er om heen niet ontzag.

De drukte om en in het Uddelermeer heeft - anno 2017 - plaats gemaakt voor rust en stilte.


Uddel was niet meer dan een ‘vlek’, toen in de jaren dertig van de 20 eeuw het toerisme op de Veluwe steeds meer de aandacht kreeg.
Het dorpje was bekend door het Uddelermeer als zwembad en de bij het meer gelegen ‘uitspanning’. Daarvan zijn veel ansichtkaarten uit die tijd te vinden, maar slechts een enkele van het dorp zelf: b.v. ‘de viersprong’ van grintwegen (aangevuld met een drietal foto’s van die viersprong anno 2016), een ansichtkaart van hotel-café ‘De Bleeke Hoeve’, (dat nog steeds bestaat met dezelfde naam – zie foto -, alleen nu is het een bed en breakfast met chambres d’hotes), een ‘soort’ garage met benzinepomp, uitspanning ‘De Vroolijke Boer’ (die er niet meer is), waar limonades, champagne, pils, ranja, koffie, thee, melk enz. genuttigd kon worden en waar mogelijk ondanks ‘aanpassingsprijzen, toch prima consumpties’, en tenslotte een enkel plaatje van ‘landelijk Uddel’.

Onder: De bovenste vier foto’s laten de weg langs het Uddelermeer zien, de volgende foto geeft de weg naar Apeldoorn weer en ernaast de Aardhuisweg, de onderste ansichten tonen de weg door het kroondomein.