Lookaround
/

Nostalgie in woord en beeld

 

  

Het dorp Doornspijk, deel uitmakend van Elburg, werd al omstreeks het jaar 800 vermeld. Oorspronkelijk lag het centrum van de plaats ten noorden van de huidige plaats nabij de Sint-Ludgeruskerk aan de Zuiderzeedijk. Nadat de kerk in 1825 door overstroming en blikseminslag verloren was gegaan werd er een nieuwe kerk gebouwd op grotere afstand van de Zuiderzee tegenover het Erf Klarenbeek. Het centrum van het dorp kwam rond deze nieuw gebouwde kerk te liggen. In het midden van de 19e eeuw is door het huidige dorp de Zuiderzeestraatweg aangelegd.

Een ‘letterlijk’ verslag van de dramatische ramp in 1825 :
“Doornspijk werd, op den 4 Februarij, op eene allerverschrikkelijkste wijze getroffen; daar het water uit de Zuiderzee, met eenen vreeselijken storm uit het noordwesten, in den morgenstond, zoo hoog opgejaagd werd, dat het, in weinige oogenblikken, de hoogte van de kruin des Kamperdijks bereikte, en bijna overal met het grootste geweld daar over sloeg; waarvan het gevolg was, dat de dijk, op onderscheidene plaatsen, deerlijk geteisterd werd, en alle de woningen onder Oosterwolde, welke niet op de allerhoogste plaatsen gelegen waren van 1 tot 3 ellen onder water gezet werden.
Acht huizen met schuren, hooibergen, have en vee, sloegen van de Kamperdijk af, en werden, zonder eenige mogelijkheid van redding, eene prooi der golven; ook werden eenige huizen weggerukt en, tot een uur ver landwaarts in, bijna alle woningen in bouwvallen herschapen, blijvende van sommige niets dan een stroodak, op palen rustende, overig; schier al het vee, ten bedrage van eenige honderd stuks, alsmede de verdere roerende goederen, werden in twee dagen genoegzaam vernield, terwijl bij deze ramp 26 personen of in den vloed, of door honger en koude, omkwamen.”

In 1855 verrijst er een nieuwe dorpsschool, die in die jaren zo’n 80 leerlingen huisvestte.
De bewoners vinden in de 19e eeuw hun bestaan voornamelijk in akker- en landbouw.
In 1978 kwamen bij archeologisch onderzoek de fundamenten tevoorschijn van de destijds aan zee gelegen Sint Ludgeruskerk, die vernoemd is naar de zendeling Sint Ludgerus die in de 8e eeuw de Friezen moest bekeren. (opm. Beter bekend als Liudger)

Overstroming van Doornspijk in 1862.
Daar, noord en noordoost van Doornspijk, waar de Klarenbeek en de Papenbeek in de Zuiderzee uitkwamen, had men voortdurend last met de afvoer van water. De boeren hadden daartoe een sluisje in de Papenbeek laten bouwen. Door de overstroming van 1862 werd de sluis volkomen vernield en geld voor nieuwbouw was er niet. Het gebied kreeg de officiële status van polder en had daardoor als bijkomende bate dat de bevolking werd aangeslagen. Op deze manier kwamen er financiële middelen om het nieuwe Vossensluisje te bouwen.
De naam ‘de Soppenhof’ (gebouwd op een terp) doet nog altijd denken aan die ‘natte tijden

Deze kaart is van 1963: 

De locaties van de 'Oudekerk', Kerkdijk, Soppenhof en Klarenbeek zijn op de 1: 50.000-kaart aangegeven.

 

De in 1881 gebouwde boerennederzetting ‘Soppenhof’ staat op een terp.
De kerkdijk liep vroeger naar het buurtschap ‘Werfhorst’.
De gegevens op deze 1:25.000-kaart zijn verkend in 1870, herzien in 1911 en uitgegeven in 1916 in de Grote Historische Atlas van Gelderland. 

Een vliegtuigongeluk

1936. Met de lichten in de cabine nog aan, staat op een weiland in Doornspijk een Tsjechisch Douglastoestel, dat gisteravond omstreeks acht uur door een defect aan de benzineleiding en  het uitvallen van de radioverbinding, een noodlanding moest maken. 
De omstandigheid, dat de verlichting van het vliegtuig intact bleef, wijst erop dat de botsing met de grond niet van zeer hevige aard is geweest. Toch is het toestel, zoals het in het nachtelijk duister werd aangetroffen, ernstig beschadigd. 
De brokstukken van de propellers liggen wijd en zijd verspreid en één der twee motoren is bijna geheel vernield. Een wiel is van de romp afgerukt en ook verdere averij van allerlei aard is aan het toestel toegebracht.
Deze noodlanding is voor de omgeving van Elburg een zeer grote sensatie geweest. De landbouwer L. van Erven die op de ‘Hooge Enk’ woont, enige minuten van het terrein, waar het vliegtuig landde: 
“Ik zag ’t naor Harderwiek goan en efkes later keerde die werom.” 
Het vliegtuig was met de schijnwerpers aan teruggekeerd om een geschikte landingsplaats te zoeken. Die heeft het niet meer bijtijds kunnen vinden, want de takken, die het vliegtuig bij zijn landingspoging radicaal van de bomen van de Allee van Rambonnet heeft afgerukt, wijzen erop, dat op dat ogenblik de piloot het toestel niet meer in zijn macht had. Het vloog toen nog in noordoostelijke richting. Zodra het echter met de grond in aanraking kwam, maakte het vliegtuig een slag om, zodat het thans met de kop haar het zuidwesten staat, de richting, waaruit het vandaan kwam.
De botsing was zeer hevig, zo vertelde ons de heer Van Erven. Vonken en vlammen spatten naar alle zijden en de knal op het ogenblik van de landing was in de verre omtrek te horen. Teunis Buurkes, die aan het ‘Steenen Sluisje’ aan de ‘Puttener Beek’ woont, was als eerste op het terrein van de ramp. Hij heeft de negen passagiers uit het verongelukte vliegtuig geholpen. Deze inzittenden kwamen met de schrik vrij en bleken er wonder boven wonder goed te zijn afgekomen. 
De piloot zat echter in de cabine bekneld. Hem heeft men in bewusteloze toestand uit zijn benarde positie moeten bevrijden en aan de goede zorgen van dr. A. J. Gualtherie van Weezel uit Elburg, die ijlings was gewaarschuwd, moeten toevertrouwen.
Ook de radiotelegrafist had verwondingen aan hoofd en benen opgelopen, doch deze bleken van minder ernstige aard te zijn dan die van de piloot, bij wie inwendige kneuzingen zijn vastgesteld.
Per ziekenauto zijn beide mannen naar het Sophia-ziekenhuis te Zwolle overgebracht. 
De passagiers zijn naar Elburg vervoerd, van waar zij, na te zijn bekomen van de eerste schrik, per autobus van de K.L.M. naar Amsterdam zijn gebracht.
Tot diep in de nacht bevonden zich vele belangstellenden op het terrein van de ramp, waar de marechaussee de wacht hield bij het verlaten toestel.
Er bevonden zich negen passagiers in het vliegtuig, van wie drie Engelsen, zes Tsjechen, de piloot, de radiotelegrafist, de boordwerktuigkundige en een commissaris van de Tsjechische luchtvaartvereniging. 
Ongeveer ter hoogte van de Nederlandse grens kwam het vliegtuig in een zware sneeuwstorm, waardoor de radiopeiling onmogelijk werd.
Het gelukte de radiotelegrafist nog verbinding met Schiphol te krijgen doch in de nabijheid van Amsterdam was het zicht zeer slecht en het radiocontact was onvoldoende om op peiling te landen. Ook zag men niets van een vliegveld. De piloot is toen teruggevlogen in oostelijke richting en omdat de benzine begon op te raken, zag hij uit naar een geschikt terrein voor een noodlanding, wat op dit nachtelijk uur boven de donkere Veluwe geen eenvoudig karwei is. De passagiers verzekerden ons dat van een paniekstemming geen sprake is geweest en dat zij de kalmte en het ‘navigatorisch’ beleid van de bemanning ten zeerste hebben bewonderd. Aan de rust, waarmee de piloot onder de gegeven omstandigheden heeft getracht ‘to make the best of it’ en aan de uitstekende kwaliteiten van het vliegtuig schreven zij het toe, dat dit incident, alles in aanmerking genomen, zo goed is afgelopen. Alle passagiers zijn ongedeerd en de bagage is gered. Alleen de piloot is vrij ernstig gewond aan gezicht en voeten.
(Opm.: De naam van de ‘Hooge Enk’ was eertijds ‘Zudendorp’ en bestond uit een hoog (de Enk) en een laag (de Ozen) gedeelte. De ‘Puttener Beek’ stamt nog uit het bezit (14e eeuw) van Herbertus van Putten.)

Wat een verschil! De Dorpsstraat zoals hierboven in foto’s weergegeven en diezelfde weg nu, een drukke ‘verkeersader’ dwars door het dorp.
Aan de Dorpsstraat van weleer zijn nog enkele herinneringen bewaard gebleven, een enkele oude boerderij, de beide kerken en het huis Klarenbeek.

De eerste mooie lentedag in maart 2017 ging ik op mijn stalen ros naar Doornspijk.

Een oude kaart, waarop de Kerkdijk stond aangegeven was voor mij de aanleiding om eens op zoek te gaan om vast te stellen of deze dijk nog was terug te vinden in het terrein. En wat bleek? Een fluitje van een cent. Wat een mooi stuk natuur met prachtige vergezichten etaleerde zich daar. Vanuit het dorp begon mijn tocht(je), zittend op de dijk bij de afslag ‘Goorpad’ met een kop koffie in de hand hoorde ik slechts het geluid van de weidevogels, en zag er de eerste voorjaarsplanten komen, speenkruid, hondsdraf en madelief. Een enkele wandelaar die vanaf de noordkant linksaf het Goorpad opging.

 

Verderop aan de linkerkant een wiel waar een eenzaam vissertje naar mij zwaaide en daarachter lag de ‘Soppenhof’. Een boerderij o.a. bekend om zijn onderduikers in de 2e WO. Het pad komt uit bij de aangegeven contouren van de St. Ludgeruskerk nu gelegen aan het Veluwe-meer.